Tussen de regels met: Marjolijn Voogel

In deze rubriek gaan we in gesprek met ontwikkelaars en auteurs van educatief materiaal. Waar en waaraan werken ze, met en voor wie, en waar worden ze blij van? Een gesprek over creëren, samenwerken en (on)zichtbaarheid. 

Door: Yvonne Hobma

Marjolijn, hoe ben je begonnen als educatief ontwikkelaar?

‘Als educatief uitgever ontwikkel ik samen met een team van auteurs, adviseurs en projectleiders lesmateriaal voor scholen in het voortgezet onderwijs. Ik doe dat voor de leergang KERN Nederlands bij Boom Uitgevers. Eerder heb ik daar boeken voor het hoger onderwijs uitgegeven. Ook heb lesmateriaal voor het vak Frans voor de bovenbouw van havo en vwo (de tweede fase) gemaakt.

Bij het ontwikkelen van een leergang starten we altijd met een concept op basis van de kerndoelen en eindtermen voor het schoolvak. Dat concept werken we vervolgens verder uit in concrete leerdoelen en aansprekende lessen die op elkaar voortbouwen. Ook denken we erover na hoe docenten het geleerde kunnen beoordelen. Het is een flinke uitdaging om een leergang te maken voor al die verschillende docenten en leerlingen.

Ontwikkelen doe ik nooit alleen. Al bij het maken van een concept binnen de uitgeverij betrekken we wetenschappers, auteurs en adviseurs, allemaal expert binnen hun vakgebied. Samen ontwikkelen we een leergang voor alle schooltypen, om docenten, leerlingen en studenten optimaal te ondersteunen. Een groot deel van de leergang wordt geschreven door docenten en wetenschappers, wij denken en schrijven vaak ook mee, soms als eerste of als tweede auteur. Zo komen meerdere perspectieven samen. Het concept wordt getoetst en steeds verder uitgewerkt. Tijdens het schrijven werken we nauw samen, met regelmatige feedbackrondes. Het schrijven van een leergang is echt een gezamenlijke inspanning.

Bij het schrijven van mijn boek Met andere woorden ging dat anders. De uitgeverij (Mazirel) vroeg me om dit boek te schrijven. Gedurende dat schrijfproces had ik een tijd lang geen contact met mijn redacteur, tot het manuscript klaar was. Na één feedbackronde en de eindredactie werd het boek uitgegeven. Heel anders dus dan bij  het schrijven van educatief materiaal. Daar zijn veel meer mensen bij betrokken en al die teksten moeten ook een mooi geheel vormen natuurlijk.’

Kun je als educatief auteur voor meerdere uitgeverijen tegelijkertijd werken?

‘Ja hoor, dat kan. Alleen wordt het lastig als je voor een directe concurrent werkt, in mijn geval voor een andere leergang Nederlands voor het voortgezet onderwijs. Maar auteurs vinden dat over het algemeen ook niet prettig.

Overigens sta ik positief tegenover concurrentie: die houdt de markt gezond. Ik vind het bovendien belangrijk voor docenten dat ze kunnen kiezen uit verschillende alternatieven.
Die keuzevrijheid zorgt er ook voor dat educatieve uitgevers scherp en innovatief blijven.’

Het is fijn voor docenten om te kunnen kiezen uit leergangen en dit maakt dat educatief uitgevers ook scherp en innovatief blijven.

Waar werk je en hoe ziet je werkplek eruit?

‘Ik werk op verschillende plekken. Boom heeft een vestiging in Meppel, waar ik één à twee dagen per week ben. Tijdens de vaste teamdagen daar zit ik bij voorkeur aan onze grote ronde tafel, om bij te praten met collega’s en ideeën uit te wisselen. Eén à twee dagen per week werk ik in Amsterdam, waar ik ook woon, in het kantoor van onze uitgeverij. Ook ben ik regelmatig te vinden op ons kantoor in Groningen, waar ik met het team van KERN Nederlands zit. Daar bespreken we meestal de kopij. Natuurlijk bezoek ik ook regelmatig scholen, om van gedachten te wisselen met docenten Nederlands. Dat vind ik ontzettend leuk. Ook is het natuurlijk belangrijk om feedback te krijgen: hoe wordt er gewerkt met onze methode, wat vinden leerlingen ervan, wat hebben zij en hun docenten van ons nodig?

Op woensdagen werk ik meestal thuis. Ook daar heb ik een fijne werkplek, omringd door mijn boeken en foto’s van mijn kinderen. Achter mijn bureau hangt een schilderij van de Noorderhaven in Groningen, gemaakt door mijn moeder. Ik kreeg het voor mijn eindexamen, omdat ik daar in mijn studietijd vaak langsfietste. Mijn oma, de moeder van mijn moeder, schilderde ook. Zij heeft ooit een portret van mijn moeder als klein meisje gemaakt. Dat schilderijtje hangt boven mijn bureau.’

Waar word je blij van in je werk?

‘Van het lezen en schrijven van teksten, het zoeken naar ideeën en het bespreken ervan met mijn collega’s en betrokkenen bij KERN Nederlands. Samen bedenken we hoe we KERN Nederlands in elkaar zetten, zodat de leergang haar weg naar de markt vindt. Het uitgeefvak is heel inhoudelijk, ik ben dagelijks bezig met taal. Eigenlijk heb ik van mijn hobby mijn werk gemaakt.’

Wat heb je nodig om fijn te kunnen werken en waardoor laat je je inspireren?
‘Mensen die me kunnen inspireren, dus mensen die hun vak verstaan. Collega’s met kennis van educatief uitgeven. Taalwetenschappers en docenten die het vak in de vingers hebben. Verder lees ik veel: literatuur en vakliteratuur. Ik vind het belangrijk om mij inhoudelijk te laten inspireren op het gebied van het schoolvak Nederlands en taal in de breedste zin van het woord.’

Welke trends zie je in je werk als educatief uitgever?
‘De vakvernieuwing in het voortgezet onderwijs is op dit moment heel actueel, met de nieuwe kerndoelen en eindtermen. Voor Nederlands niet alleen die voor het schoolvak zelf, maar ook die voor digitale geletterdheid en burgerschap.

Belangrijk is de samenhang tussen taal(beschouwing), communicatie en literatuur. In de nieuwe kerndoelen en eindtermen ligt er grotere nadruk op kennis van taal als middel om te functioneren in de samenleving. Er is meer aandacht voor taal- en cultuurbewustzijn, daar gaat mijn taalsociologische hart natuurlijk sneller van kloppen! Bovendien sluit deze aanpak beter aan bij jongeren. Leerlingen en studenten zijn veel bezig met hun eigen plek in de wereld, daar past deze nieuwe insteek heel goed bij.’

Hoe kijk je aan tegen Artificial Intellicence (AI)?

‘Ik vind de ontwikkelingen op het gebied van generatieve AI heel interessant. Zelf laat ik me regelmatig assisteren door genAI, ik gebruik het dan als inspiratiebron. Soms kan die nieuwe assistent me flink op weg helpen, soms valt dat tegen. Bij het schrijven van mijn boek heb ik het niet ingezet, maar wel maakte ik gebruik van ChatGPT bij het zoeken naar een titel. Ik vroeg AI om tien suggesties. Uiteindelijk heb ik de titel zelf bedacht. De titel van mijn boek is Met andere woorden. Mijn boek gaat over taal, maar ik heb een net iets andere, sociologische, blik op taal. Een blik die dus goed past bij de nieuwe kerndoelen en eindtermen.

Voor de onderwijspraktijk heeft AI grote gevolgen, zeker bij het zelf schrijven van teksten door leerlingen en studenten, zoals essays of fictieve verhalen. De opkomst van generatieve AI vraagt om een andere manier van beoordelen, door opdrachten zo in te richten dat de authenticiteit van een tekst goed te controleren is.’

Voel jij je zichtbaar als educatief uitgever?
‘Jazeker en het is natuurlijk ook belangrijk dat docenten Nederlands in het voortgezet onderwijs weten dat ze bij mij terechtkunnen. Zo kom ik ook even voorbij in het inspiratiefilmpje dat we hebben gemaakt over KERN Nederlands.’

Tot slot: wat doe je graag in je vrije tijd, zodat je hoofd vrij is voor een frisse start en inspiratie op het werk?
‘Lezen en, in de winter: schaatsen. Oh, en taarten bakken… Ook doe ik aan het hardlopen, maar daar vind ik eigenlijk niet zoveel aan. In de zomer fiets ik liever op mijn racefiets.’

Marjolijn Voogel (1970) is uitgever van KERN Nederlands bij Boom Uitgevers. Ze studeerde Frans en sociologie en schreef het proefschrift Bon ton en boring. De ontwikkeling van het Frans in onderwijs en uitgeverij in Nederland (2018). In 2025 verscheen haar boek Met andere woorden. Hoeje taal maakt en hoe taal je raakt. In haar vrije tijd is ze vakredacteur Frans bij Levende Talen Magazine en bestuurslid van de Alliance Française te Amsterdam.

Wat zoek je?