Leesbaar schrijven verdient een comeback
Een leerling die zijn eigen aantekeningen niet meer kan lezen. Een docent die opdrachten nauwelijks kan ontcijferen. En studenten die vrijwel alles typen, maar ondertussen moeite hebben met formuleren en structureren. Schrijfonderwijs lijkt ouderwets, maar krijgt juist opnieuw aandacht. Wat kunnen we leren over leesbaar schrijven?
Door: Sabine Sijbesma
‘Mevrouw, ik kan mijn eigen zinnen niet lezen’ Een student uit mijn mbo-klas levert een opdracht in. Veel woorden zijn inderdaad nauwelijks te ontcijferen. Ik probeer regels terug te lezen maar twijfel en moet gokken wat er staat. Herkenbaar? Veel docenten merken dat leerlingen steeds minder leesbaar schrijven.
Dat probleem begint niet pas in het mbo/voortgezet onderwijs. Ook in het primair onderwijs groeit de aandacht voor handschriftontwikkeling. Niet alleen omdat een leesbaar handschrift praktisch is, maar omdat schrijven invloed heeft op de taalontwikkeling, spelling en concentratie. Tegelijkertijd leven we in een tijd waarin leerlingen steeds meer typen. Waarom is aandacht voor handschriftontwikkeling en schrijven met de hand dan nog steeds belangrijk?

Schrijven is meer dan netjes schrijven
Bij schrijfonderwijs denken veel mensen nog aan netjes binnen de lijntjes schrijven of eindeloos letters oefenen. Maar schrijven is veel meer dan dat. De Inspectie van het Onderwijs benadrukt in de nieuwe Reflectiewijzer Schrijfonderwijs dat schrijven een complexe vaardigheid is die belangrijk is voor schoolsucces én deelname aan de maatschappij.
De reflectiewijzer noemt onder andere:
- een doorgaande leerlijn;
- betekenisvolle schrijftaken;
- formatieve feedback;
- aandacht voor motivatie en schrijfplezier;
- schrijven bij alle vakken;
- bewuste keuzes rondom artificial intelligence (AI).
Interessant is dat schrijfonderwijs daarmee niet alleen een taak wordt van de docent Nederlands. Ook vakdocenten spelen een rol.
Van basisschool naar brugklas
Juist daar ontstaat een interessant spanningsveld. In het primair onderwijs krijgt handschriftontwikkeling vaker expliciet aandacht. In het voortgezet onderwijs verschuift de focus sneller naar inhoud, tempo en toetsen.
Wat gebeurt er met leerlingen die nog moeite hebben met leesbaar schrijven?
Volgens Ingrid van Bommel en Anneloes Overvelde, makers van de remediërende handschriftaanpak Hanenpoten, ligt daar een belangrijke uitdaging voor scholen én onderwijsontwikkelaars. Hun aanpak richt zich op leerlingen van groep 5 tot en met het voortgezet onderwijs die moeite hebben met leesbaarheid, schrijftempo of pijn en vermoeidheid tijdens het schrijven. Daarbij draait het niet specifiek om ‘mooier schrijven’, maar vooral om functioneel schrijven: leesbaar, voldoende snel en zonder pijn en/of vermoeidheid.
Overvelde benadrukt dat schrijven met de hand een motorische vaardigheid is die automatisering vraagt. ‘In het onderwijs gaan we vaak te snel naar toepassen.Leerlingen moeten meteen spelling, inhoud én schrijven combineren, terwijl de schrijfbeweging zelf nog onvoldoende geautomatiseerd is.’
Dat heeft gevolgen voor het leren. Wanneer een leerling veel aandacht moet besteden aan bijvoorbeeld lettervorming of afstand tussen letters en woorden, blijft er minder werkgeheugen over voor de inhoud van de opdracht. Juist daarom zien de makers van Hanenpoten handschrift niet als een losse vaardigheid maar als onderdeel van leren denken, structureren en onthouden.
Waarom typen niet alles oplost
Vaak klinkt het argument ‘leerlingen typen tegenwoordig toch alles?’ Toch blijkt uit onderzoek dat typen niet automatisch dezelfde vaardigheden ontwikkelt als schrijven met de hand. Handschrijven ondersteunt onder andere:
- onthouden;
- structureren van informatie;
- spellingontwikkeling;
- concentratie;
- actieve verwerking van lesstof.
Volgens Van Bommel en Overvelde schuilt de kracht vooral in het selecteren en ordenen van informatie. Wie aantekeningen met de hand maakt, moet keuzes maken: wat schrijf ik wel op en wat niet? Juist dat proces ondersteunt het leren, maar dan moet de leerling het eigen handschrift wel kunnen lezen.
Dat geldt niet alleen voor taalvakken. Ook bij rekenen en wiskunde speelt schrijven een rol. Denk aan het uitschrijven van tussenstappen, formules of oplossingsroutes. Wanneer leerlingen alles direct digitaal invullen, bestaat het risico dat denkstappen verdwijnen.
Tegelijkertijd zijn de makers van Hanenpoten zeker niet tegen digitalisering of AI. Integendeel: volgens hen moeten leerlingen juist leren typen én AI leren gebruiken. Maar wel in combinatie met handmatig verwerken. Hun advies: laat leerlingen bijvoorbeeld AI-teksten samenvatten met handgeschreven notities.
Wat kunnen onderwijsontwikkelaars hiermee?
Voor onderwijsontwikkelaars ligt hier een interessante ontwerpvraag. Want hoe ontwerp je onderwijs waarin schrijven méér is dan een eindproduct?
Volgens Overvelde en Van Bommel begint dat bij een andere kijk op oefenen. In veel methodes krijgen leerlingen snel complexe taken: schrijven, nadenken én toepassen tegelijk. Terwijl motorische vaardigheden juist veel herhaling nodig hebben.
Onderwijsontwikkelaars kunnen daarom bewuster nadenken over:
- stapsgewijze opbouw van schrijfvaardigheden;
- ruimte voor herhaling en automatisering;
- schrijfopdrachten binnen meerdere vakken;
- expliciete aandacht voor notitievaardigheden;
- handgeschreven tussenstappen bij rekenen en wiskunde;
- de combinatie van digitaal werken én handschrift.
Daarnaast benadrukken de makers van Hanenpoten het belang van evidence informed werken. Zij zijn kritisch op onderwijsinterventies waarvoor weinig wetenschappelijke onderbouwing bestaat, zoals reflexintegratie of Brain Gym. Reflexintegratie gaat uit van het idee dat leer- of gedragsproblemen veroorzaakt kunnen worden door primitieve reflexen die niet goed zijn verdwenen in de ontwikkeling van een kind. Met speciale oefeningen die reflexen alsnog geïntegreerd worden. Brain Gym bestaat uit bewegingsoefeningen die volgens de methode het leren en concentreren verbeteren. Voor beide interventies ontbreekt sterk wetenschappelijk bewijs over de effectiviteit, en vooral bij Brain Gym is er veel kritiek op de theoretische onderbouwing waarbij deze vaak uitgevoerd wordt door organisaties die zelf betrokken zijn bij Brain Gym. Volgens de makers van Hanenpoten moeten scholen en ontwikkelaars kritisch blijven kijken naar wat daadwerkelijk bewezen effectief is.
Schrijfonderwijs als gezamenlijke verantwoordelijkheid
De Reflectiewijzer Schrijfonderwijs van de Inspectie van het Onderwijs laat zien dat schrijfonderwijs geen los vakonderdeel is, maar onderdeel van het hele curriculum. Misschien schuilt daarin ook de belangrijkste les. Een leesbaar en vlot handschrift is een voorwaarde die bijdraagt aan communicatie, denken, taalontwikkeling en leren.
Juist in een tijd van laptops, AI en digitale toetsen wordt de volgende vraag daarom relevanter: welke schrijfvaardigheden willen we leerlingen eigenlijk nog meegeven? En misschien nog belangrijker: hoe zorgen we ervoor dat schrijven niet verdwijnt uit het leerproces zelf?
Hanenpoten van auteurs Ingrid van Bommel en Anneloes Overvelde is een uitgave van Boom. Informatie over Hanenpoten vind je op https://www.boom.nl/primair-onderwijs/lesmateriaal/hanenpoten
Meer informatie:
- over de aanpak naar een (beter) leesbaar handschrift en meer vind je via: https://www.boom.nl/actueel-item/80-4784_Schrijven-NL-team-lanceert-nuchtere-aanpak-voor-een-beter-handschrift
- over reflexintegratie: https://www.kennisrotonde.nl/vraag-en-antwoord/effect-reflextherapie-op-leer-en-gedragsproblemen
- Over braingym: https://onderzoekonderwijs.net/2014/09/24/linker-en-rechterhersenhelft-leerstijlen-brain-gym-en-andere-neuromythen/?utm_source=chatgpt.com
