Hoe ontwerp je opdrachten die studenten ondernemend leren denken?

Opdrachten als springplank naar ondernemerschap

Door: Agnes Folkersma

Studenten leren ondernemen lijkt simpel: een idee uitwerken, markt en doelgroep onderzoeken en een ondernemersplan schrijven. Maar wie met ondernemers praat, hoort dat het in de praktijk zelden zo werkt. Want ondernemers ontwikkelen doorlopend nieuwe ideeën, passen hun plannen aan en nemen beslissingen op basis van informatie die zelden compleet is. Je weet immers vooraf niet precies hoe klanten reageren en welke keuzes uiteindelijk wel en niet werken.

Wie studenten wil voorbereiden op het ondernemerschap, leert ze vooral om te gaan met onzekerheid, dingen uit te proberen, opnieuw te beginnen en te luisteren naar hun gevoel.
Er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden en een succesvol ondernemer kiest een passende weg.

In het onderwijs is die werkelijkheid nog niet altijd zichtbaar. Opdrachten zijn vaak zo ingericht dat er een logisch stappenplan is en een duidelijk eindresultaat. Dat geeft uiteraard houvast, maar het laat weinig ruimte voor het soort denken en handelen dat juist nodig is in de praktijk van het ondernemerschap.

Ondernemen laat zich niet vangen in één juiste uitkomst
Toekomstbestendig ondernemen vraagt dus niet alleen om kennis van businessmodellen of stappenplannen, maar om het vermogen om met onzekerheid om te gaan. Om keuzes te maken en je intuïtie te volgen, zonder zeker te weten wat de uitkomst is. En om aannames te onderzoeken en bij te stellen als de werkelijkheid anders blijkt dan je had gedacht. Dat maakt leren ondernemen fundamenteel anders dan veel andere leeractiviteiten, er is niet één juiste aanpak of oplossing. Wat werkt voor ondernemers, hangt af van context, timing, persoonlijkheid en interpretatie.

Juist dat is lastig te vertalen naar lesmateriaal. De neiging is misschien groot om die complexiteit te vereenvoudigen naar overzichtelijke opdrachten. Met als valkuil dat daarmee precies verdwijnt wat zo kenmerkend is voor ondernemen.

Waarom veel leeractiviteiten tekortschieten
Veel lesmateriaal is ontworpen om te controleren of studenten de lesstof begrijpen: eerst uitleg, daarna oefenen en tot slot toepassen. Dat werkt goed om kennis op te bouwen, maar er ontstaat ook een spanningsveld. Want opdrachten waarin de uitkomst min of meer vastligt, bereiden studenten maar beperkt voor op situaties waarvan die uitkomst nog open is.

Pauline Buit laat in haar artikel over open opdrachten, zien hoe nauw die balans luistert. Ze geeft aan dat opdrachten vaak óf te gesloten zijn (met weinig ruimte voor eigen keuzes) of zo open dat studenten geen houvast meer ervaren. In beide gevallen blijft het leren daardoor oppervlakkig.
 
Voor ondernemend leren ligt hier een extra uitdaging. Je wilt niet alleen de vorm van de opdracht graag veranderen, maar ook het uitgangspunt. De leervraag verschuift van: kun je dit toepassen? naar: wat doe jij als je nog geen duidelijk antwoord hebt?

Juist waar het antwoord nog niet vastligt, ontstaat ruimte voor ondernemend denken.

Open opdrachten zijn nodig, maar niet vanzelf voldoende
Open opdrachten zijn een belangrijke stap in de goede richting. Ze nodigen studenten uit om actief na te denken en bieden ruimte om zelf keuzes te maken. Maar niet elke open opdracht maakt het leren automatisch ondernemender. Ook binnen open opdrachten kan het denkwerk beperkt blijven. Bijvoorbeeld wanneer de vorm vrij is, maar de inhoud weinig vraagt. Of als studenten wel mogen kiezen hoe ze iets uitwerken, maar niet worden uitgedaagd om hun keuzes te onderbouwen.

Voor leren ondernemen is daarom meer nodig dan alleen open opdrachten. De opdrachten mogen studenten uitnodigen om afwegingen te maken, onzekerheid te ervaren en hun denken zichtbaar te maken.

Wat leren ondernemen vraagt van opdrachten
Wil je studenten voorbereiden op toekomstbestendig ondernemen, dan moet de kern van het leren verschuiven:

Tot slot helpt het wanneer er iets op het spel staat. Dat hoeft niet groot te zijn, maar wel voelbaar. Een keuze heeft gevolgen voor het vervolg van de opdracht. Dat maakt het werk betekenisvoller en voorkomt dat studenten vooral toewerken naar ‘een voldoende’.

  • Opdrachten vragen om het maken van keuzes. Niet alleen qua vorm, maar ook qua inhoud. Studenten bepalen wat ze doen en waarom, waardoor hun redenering zichtbaar wordt.
  • Start met toetsbare aannames, in plaats van met directe oplossingen.
  • Studenten formuleren veronderstellingen over doelgroep, behoefte of aanpak en onderzoeken die.
  • Iteratie speelt een rol, want ondernemen ontwikkelt zich stap voor stap. studenten passen hun werk aan op basis van nieuwe inzichten, waardoor het leerproces centraal staat.
  • Tot slot helpt het wanneer er iets op het spel staat. Dat hoeft niet groot te zijn, maar wel voelbaar. Een keuze heeft gevolgen voor het vervolg van de opdracht. Dat maakt het werk betekenisvoller en voorkomt dat studenten vooral toewerken naar ‘een voldoende’.

De rol van context en samenhang
Opdrachten krijgen meer betekenis wanneer ze voor studenten onderdeel zijn van een herkenbare context. In de praktijk staat een ondernemingsvraag tenslotte nooit op zichzelf. Keuzes hangen samen en bouwen voort op eerdere stappen.

Wanneer opdrachten los van elkaar staan, verdwijnt dat gevoel van samenhang. Studenten maken een opdracht af en beginnen daarna opnieuw, zonder dat eerdere keuzes nog invloed hebben. Dat maakt het moeilijker om te ervaren wat ondernemen inhoudt.

In een verhalende of doorlopende context wordt die samenhang wel zichtbaar. Studenten werken bijvoorbeeld aan één idee of aan een situatie die zich in de loop van de lessen ontwikkelt. Nieuwe opdrachten sluiten aan op eerdere beslissingen en vragen om heroverweging.

In het artikel Waarom werkt storytelling goed in het onderwijs? dat eerder in EduSchrift verscheen, is beschreven hoe een verhalende context kan bijdragen aan betekenisvol leren. Juist bij het leren ondernemen is die context belangrijk, omdat keuzes pas betekenis krijgen wanneer studenten de gevolgen ervan kunnen overzien.

Voor ondernemend onderwijs geldt iets vergelijkbaars. De context zorgt ervoor dat kennis niet los wordt toegepast, maar onderdeel wordt van een groter geheel waarin keuzes ertoe doen.

Van opdracht naar leerproces: een voorbeeld
Het verschil tussen meer gesloten en meer ondernemende opdrachten ontwerpen wordt duidelijker met een voorbeeld:  

Een veelvoorkomende opdracht is: Schrijf een businessplan voor een duurzaam bedrijf.

Deze opdracht vraagt om het toepassen van bekende onderdelen, zoals doelgroep, waardepropositie en kostenstructuur. Studenten laten zien dat ze begrijpen hoe een businessplan is opgebouwd. Tegelijkertijd blijft een belangrijk deel van het denkwerk impliciet. Aannames worden zelden getoetst en keuzes hebben weinig consequenties.

Een alternatieve opzet kan zijn:
Je krijgt een startbudget van € 5.000 en drie weken de tijd om te onderzoeken of jouw idee levensvatbaar is. Formuleer drie aannames die cruciaal zijn voor jouw idee en bedenk hoe je die kunt toetsen. Leg vast wat je hebt gedaan, wat het opleverde en wat je hebt aangepast.

In deze opdracht verschuift de focus. Het gaat niet alleen om het beschrijven van een idee, maar ook om het onderzoeken ervan. Studenten maken expliciet welke aannames ze doen, voeren kleine tests uit en gebruiken de uitkomsten om hun idee bij te stellen.

Een sterke opdracht vertelt studenten niet precies wat ze moeten doen, maar helpt ze ontdekken waarop ze hun keuzes baseren en hoe ze daar een onderneming op kunnen bouwen.

De inhoudelijke kennis blijft nodig, maar krijgt een andere functie. Begrippen en modellen helpen om keuzes te onderbouwen en resultaten te interpreteren. Ze worden ingezet als hulpmiddel, niet als doel op zich.

Ontwerpen van lesmateriaal met richting en ruimte

Voor educatief auteurs ligt hier een ontwerpopgave die vraagt om bewuste keuzes in hoe opdrachten worden opgebouwd en op elkaar aansluiten.

Daarbij spelen drie punten een belangrijke rol:

  1. Je wilt studenten richting geven in hun leerproces
    Dit helpt om het leren inhoudelijk scherp te houden. Studenten zien welke kennis en vaardigheden centraal staan en waarop ze worden beoordeeld, zonder dat de uitkomst al vastligt.
  2. Je wilt ruimte maken voor eigen keuzes
    Die ruimte kan zitten in de aanpak, in de volgorde van stappen of in de manier waarop studenten hun bevindingen presenteren. Zo nodig je studenten uit om eigen keuzes te maken en deze te onderbouwen.
  3. Je wilt de balans tussen richting en ruimte steeds opnieuw afwegen
    Er zal altijd een spanningsveld zijn tussen richting en ruimte geven in opdrachten. Bekijk per opdracht hoeveel houvast nodig is en waar je studenten ruimte kunt bieden. Juist in die afweging ontstaat de kwaliteit van de opdracht.

Samenvattend
Studenten voorbereiden op toekomstbestendig ondernemen vraagt niet om meer inhoud, maar om andere leerervaringen. Door opdrachten zo te ontwerpen dat ze keuzes uitlokken, aannames zichtbaar maken en ruimte bieden voor bijstelling, komt de praktijk van ondernemen dichterbij. Niet als simulatie, maar als denk- en werkwijze.

Daarmee verandert de rol van lesmateriaal: het ondersteunt niet alleen de instructie, maar nodigt uit tot onderzoek, afweging en ontwikkeling. En juist daarin ligt de voorbereiding op wat studenten buiten het onderwijs als ondernemer tegenkomen.

Wat zoek je?