Waarom de mediatheek ook aan de ontwerptafel hoort
Met bijna drieduizend uitleningen in de eerste schoolweken, een mediatheek als kloppend hart van de school en een duidelijke visie op lezen, taal en digitale geletterdheid laat Comenius Mariënburg in Leeuwarden zien wat een schoolmediatheek het onderwijs kan bieden. Als inspiratieschool deelt Mariënburg haar ervaringen, terwijl de mediatheek en het taal- en leesbeleid zelf ook nog volop in ontwikkeling zijn. Sytske de Jager-van der Wal vertelt hoe de mediatheek samenwerkt met docenten en meedenkt over lessen en projecten. Voor educatief auteurs en onderwijsontwikkelaars levert dat een interessante vraag op: wat gebeurt er als je de mediatheek niet pas betrekt wanneer het lesmateriaal af is, maar al tijdens het ontwerpen?
Door: Sabine Sijbesma
Een leerling zakt met een boek weg in een fauteuil. Op een trap staan boektitels. Aan de glazen wand prijken gedichten. Tussen de lessen door lopen leerlingen binnen om te lezen, te werken of even rustig te zitten. Het Leeslab, de mediatheek van Comenius Mariënburg, voelt niet als een traditionele mediatheek. En dat is precies de bedoeling.
‘Je moet lezen zien’, zegt Sytske de Jager-van der Wal. Volgens haar ontstaat een leescultuur niet door één project of een jaarlijkse leesweek. Lezen moet zichtbaar zijn in de hele schoolomgeving. ‘Het moet een vanzelfsprekendheid zijn.’ Voor onderwijsontwikkelaars lijkt dat misschien een detail. Maar achter die uitspraak schuilt een gedachte die veel verder gaat dan leesbevordering alleen.
Geen taalbeleid zonder mediatheek
Op veel scholen komt de mediatheek pas in beeld wanneer een leerling een boek zoekt voor bijvoorbeeld de leeslijst. Op Mariënburg is de mediatheek nadrukkelijk onderdeel van het onderwijs.
Taalbeleid en mediatheek zijn op Mariënburg nauw met elkaar verbonden. De mediatheek is geborgd in het taalbeleid, de mediathecaris werkt samen met de taalcoördinator en denkt mee over projecten en lessen.
Aan de balie kan een vraag heel concreet zijn: ‘Hebben jullie een boek over dit onderwerp?’ Voor onderwijsontwikkelaars ligt daarachter een bredere vraag: welke tekst, bron of welk verhaal kan dit onderwijs versterken? Juist die bredere vraag is relevant bij het ontwerpen van lesmateriaal.

Zoek de verbinding met andere vakken
Een van de opvallendste adviezen die Sytske heeft voor onderwijsontwikkelaars is verrassend simpel. Ze adviseert hen om niet alleen naar de kerndoelen van Nederlands te kijken, maar ook verbindingen te zoeken met burgerschap en andere vakken. Dat sluit aan bij taalgericht vakonderwijs (TVO): vakken kijken bij elkaar in de keuken en versterken elkaar door taal en vakinhoud met elkaar te verbinden. Op Mariënburg lezen leerlingen bijvoorbeeld een boek over paralympiër Olivier van de Voort. Vervolgens komt hij naar school om te vertellen over zijn leven en zijn mindset. Tijdens lessen lichamelijke opvoeding ervaren leerlingen zelf hoe het is om met een beperking een sport uit te oefenen. Een leesactiviteit verandert zo in een combinatie van taalontwikkeling, burgerschap en lichamelijke opvoeding.
Hetzelfde gebeurt bij een project rond Redbad. Leerlingen lezen een Friestalige strip, bezoeken vervolgens het Fries Museum en gaan met elkaar in gesprek over geschiedenis, identiteit en cultuur. De les overstijgt zo de grenzen van één vak.
Voor onderwijsontwikkelaars levert dat een interessante vraag op: waarom zou een tekst maar één leerdoel mogen hebben?
Ken je doelgroep echt
In een mediatheek wordt dagelijks zichtbaar wat leerlingen daadwerkelijk lenen. De medewerkers kennen daardoor de hardlopers en zien welke thema’s vaak worden gekozen, zoals Spanning, de Tweede Wereldoorlog of Sport. Maar welke boeken leerlingen echt uitlezen, wat ze ervan vinden en wat een boek met hen doet, is veel minder zichtbaar. Juist die leefwereld van leerlingen verdient meer aandacht bij het ontwikkelen van lesmateriaal, zegt Sytske.
Veel verhalen spelen zich af in de Randstad. Jongeren uit landelijke gebieden herkennen hun eigen omgeving er nauwelijks in terug. Sytske ziet kansen voor verhalen die aansluiten bij beroepsgerichte contexten. Voor leerlingen die geïnteresseerd zijn in techniek kan dat een verhaal zijn over jongeren die aan brommers sleutelen, binnen zorg kan een herkenbare werkomgeving juist helpen om een tekst dichterbij te brengen.
Daarin ziet Sytske ook een concrete ontwikkelkans. Het bestaande leesdossier op de middelbare school legt vast welke boeken leerlingen kiezen en bevat opdrachten bij die boeken. Maar het denk- en keuzeproces achter het lezen blijft veel minder zichtbaar. Een portfolio dat al eerder in de schoolloopbaan begint, zou juist dat proces kunnen volgen: waarom kiest een leerling een boek, wat gebeurt er tijdens het lezen, wat heeft het boek gebracht en hoe ontwikkelt de leessmaak zich? Zo wordt lezen minder een kwestie van afvinken en meer een zichtbaar leer- en vormingsproces.
Ook voor mbo-studenten ziet ze kansen. Verhalen rondom zorg, techniek en andere beroepsgerichte contexten kunnen jongeren helpen om zich sneller met een tekst te verbinden. Niet omdat onderwijs uitsluitend herkenbaar moet zijn, maar omdat herkenning een opstap kan zijn naar nieuwe inzichten.
Dat sluit naadloos aan op een belangrijke opdracht voor educatief auteurs en onderwijsontwikkelaars: ken niet alleen het niveau van je doelgroep, maar ook hun leefwereld.
Drie tips van Sytske voor onderwijsontwikkelaars:
- Werk vaker met rijke teksten.
- Zoek verbinding met burgerschap en andere vakken.
- Laat leerlingen uitleggen hoe ze tot een antwoord komen.
Maak van lezen actief denken
De komst van artificial intelligence (AI) maakt de rol van lezen volgens Sytske alleen maar belangrijker. Leerlingen beschikken over meer informatie dan ooit. Tegelijkertijd worstelen veel jongeren met het beoordelen van die informatie. Leesvaardigheid, informatievaardigheden en digitale geletterdheid moeten veel sterker met elkaar verbonden worden.
AI poept iets uit, maar geeft je geen context.
Juist dat woord, context, kwam meerdere keren terug. Leerlingen moeten niet alleen leren informatie te vinden. Ze moeten ook leren beoordelen waar die informatie vandaan komt, waarom een bron betrouwbaar is en welke afwegingen ze maken wanneer ze informatie gebruiken.
Voor onderwijsontwikkelaars ligt daar een eenvoudige kans. Voeg aan een opdracht niet alleen een inhoudelijke vraag toe, maar ook een vraag als: hoe weet je dat deze bron betrouwbaar is?
Van invullen naar zelf formuleren
Nog een aandachtspunt ziet Sytske in taalproductie. Veel lesmateriaal vraagt leerlingen vooral om antwoorden te selecteren, korte reacties te geven of informatie over te nemen. Leerlingen zouden veel vaker moeten uitleggen hoe ze ergens over denken, welke keuzes ze maken en hoe ze tot een conclusie komen. Bijvoorbeeld:
- Waarom vind je dit?
- Welke afweging heb je gemaakt?
- Hoe ben je tot dit antwoord gekomen?
Dat lijkt een klein verschil, maar het vraagt veel meer van leerlingen. Het dwingt hen om hun denkstappen zichtbaar te maken. En juist daarin ligt volgens Sytske een belangrijk deel van taalontwikkeling.
Betrek de mediatheek eerder
Wat kunnen onderwijsontwikkelaars uiteindelijk leren van een schoolmediatheek? Meer dan je misschien zou denken. Mediatheekmedewerkers zien welke boeken leerlingen lenen en welke thema’s populair zijn. Tegelijkertijd weten zij niet automatisch welke verhalen echt aanslaan, wat leerlingen precies uit een boek halen of waar zij in hun leesproces tegenaan lopen. Juist ook die grens aan wat bekend is, laat zien waar kansen liggen voor nieuw lesmateriaal.
Misschien is dat wel de belangrijkste les van Mariënburg: betrek de mediatheek eerder bij het ontwikkelen van lesmateriaal. Ga ook met mediatheekmedewerkers in gesprek, vraag waar zij in de praktijk tegenaan lopen en welk materiaal nog ontbreekt. Niet omdat zij alle antwoorden hebben, maar juist omdat zulke gesprekken zichtbaar kunnen maken waar kansen liggen voor nieuw of beter passend lesmateriaal.
Mariënburg als inspiratieschool
Comenius Mariënburg is een van de negen inspiratiescholen voor taal- en leesonderwijs in het voortgezet onderwijs. Dat betekent niet dat de school een afgerond voorbeeld biedt dat andere scholen één-op-één kunnen overnemen. De mediatheek en het taal- en leesbeleid zijn nog steeds in ontwikkeling. Ook Mariënburg onderzoekt voortdurend wat werkt en waar verdere stappen nodig zijn.

Juist die ontwikkeling staat centraal in de rol als inspiratieschool. Tijdens bijeenkomsten met andere scholen worden ervaringen gedeeld en ideeën uitgewisseld, zodat scholen van elkaar kunnen leren. Sinds juli is Sytske de Jager-van der Wal lid van de consultatiegroep voor de nieuwe opleiding ‘Leescoördinator VO’ van Stichting Lezen. Binnen de school wordt het taal- en leesbeleid daarnaast verder ontwikkeld met het oog op Taalplan 2030 voor Frysk en de nieuwe kerndoelen Nederlands.
Meer informatie over de inspiratiescholen is te vinden via Platform Samen Onderzoeken.