Waarom werkt storytelling goed in het onderwijs?
Dat verhalen een grote rol spelen bij leren, is al lang bekend. Toch lijkt het erop dat storytelling in de praktijk van het mbo- en hbo-onderwijs nog vaak wordt gezien als een goede toevoeging en niet als een serieus ontwerpprincipe. In dit artikel verken ik waarom verhalen zo krachtig werken voor mbo- en hbo-studenten en hoe je ze kunt benutten bij het ontwikkelen van educatief materiaal.
Door: Agnes Folkersma
Verhalen geven lesstof een plek in je hoofd
Het is bekend dat we informatie beter begrijpen en onthouden als deze wordt aangeboden in een herkenbare context. Geef studenten losse feiten en de informatie blijft vaak abstract. Maak je de informatie tot onderdeel van een situatie of een dilemma of verbind je deze aan een persoon met wie de studenten zich kunnen identificeren, dan krijgt deze betekenis. Zo geven verhalen lesstof een ‘plek’ in het hoofd van de studenten.
Verhalen zorgen voor aandacht en betrokkenheid
Daar komt bij dat verhalen meer aanspreken dan alleen het cognitieve systeem. Verhalen wekken de nieuwsgierigheid en roepen emoties op. Wie luistert naar of werkt met een verhaal, wil weten hoe het afloopt, wat hij of zij zelf zou doen in de situatie uit het verhaal, of wat uiteindelijk de beste keuze voor een bepaald dilemma lijkt te zijn. Juist die betrokkenheid en aandacht zijn voorwaarden om te leren. Kortom: door verhalen te gebruiken, stappen studenten gemakkelijker in een leerproces dan bij enkel een opsomming van leerdoelen, opdrachten of instructies.
Verhalen als oefenruimte voor professioneel handelen
Voor mbo- en hbo-studenten speelt nog iets mee: ze krijgen niet alleen vakkennis, maar ontwikkelen zich tijdens hun opleiding ook tot een professional. Dat proces gaat altijd gepaard met vragen als:
- Wat voor professional wil ik zijn?
- Hoe ga ik om met lastige situaties in de praktijk?
- Wat zijn de gevolgen van mijn werk voor anderen?
Verhalen bieden de ruimte om die vragen te verkennen. Ze maken zichtbaar dat de praktijk niet bestaat uit eenduidige stappenplannen, maar uit keuzes, dilemma’s en onzekerheden. Door te werken met verhalen kunnen studenten daarmee oefenen: welke positie neem ik in, hoe weeg ik belangen af en hoe reflecteer ik op mijn houding en handelen in m’n werk?
Samenhang in een versnipperd leerlandschap
Juist in een tijd waarin veel wordt gevraagd van zowel studenten als docenten, in een snel veranderende wereld, is een narratieve benadering relevant. Studenten krijgen veel informatie in losse fragmenten aangeboden: korte teksten, video’s, opdrachten, modules. Zonder samenhang is de betekenis van die lesstof moeilijker te vatten. Storytelling geeft lesstof samenhang. Niet door alles te ‘verpakken in een leuk verhaal’, maar door lesstof te verbinden aan mensen, praktijksituaties en vraagstukken die herkenbaar zijn voor studenten.
Storytelling als ontwerpprincipe
Storytelling toepassen in het onderwijs vraagt om een andere manier van kijken naar onderwijsontwerp. In plaats van te starten met afzonderlijke leerdoelen, begin je bij verhalend ontwerpen bijvoorbeeld met vragen als: in welke situatie of ervaring willen we studenten plaatsen? En hoe ontwikkelen die situaties en ervaringen zich in de tijd?
Zo ontstaat er een opzet die samenhang aanbrengt in lesstof die anders afzonderlijk en versnipperd wordt aangeboden. Pas daarna volgt de vraag welke kennis en vaardigheden precies nodig zijn. Bij verhalend leren wordt niet het leerdoel, maar een betekenisvolle context centraal gesteld. En dat sluit vaak beter aan bij hoe studenten leren in het mbo en hbo, bij hoe zij hun toekomstige beroep ervaren en hoe zij betekenis geven aan wat ze doen.
Van leerdoel naar leerervaring
Een eerste ontwerpkeuze is dus om leeractiviteiten niet los te presenteren, maar ze aan elkaar te verbinden via een herkenbare context. Die context kan een beroepssituatie zijn, een casus, een project of een doorlopende praktijksituatie waarin verschillende thema’s samenkomen.
Door meerdere leerdoelen te plaatsen binnen één betekenisvolle situatie, ervaren studenten dat kennis en vaardigheden niet los van elkaar bestaan, maar samen nodig zijn om een probleem in de praktijk te begrijpen en op te lossen.
Leren kijken vanuit verschillende perspectieven
Daarnaast vraagt storytelling om aandacht voor perspectief. In verhalen kijken we altijd door iemands ogen: een professional, een cliënt, een teamlid of een organisatie.
In educatief materiaal is dat vaak het perspectief van de student die toewerkt naar zijn rol als professional in de beroepspraktijk waarin deze straks werkzaam is.
Verhalend ontwerpen nodigt uit om bewust te variëren met dat perspectief. Wat gebeurt er als studenten niet alleen leren kijken en nadenken vanuit hun eigen rol, maar ook vanuit die van een klant, patiënt, collega of burger? Door meerdere perspectieven in te bouwen, ontstaat ruimte voor empathie, nuance en reflectie op het eigen (professioneel) handelen.
Een narratieve opbouw in de tijd
Ook de opbouw in de tijd is een belangrijk element van verhalend ontwerpen. Verhalen hebben een duidelijke opbouw: er is een beginsituatie, er ontstaat een probleem, er volgen keuzes en consequenties. In leeractiviteiten kan die narratieve opbouw helpen om lesstof te ordenen.
Zo ontstaat er een leerroute waarin studenten stap voor stap kennismaken met nieuwe vragen, complexere situaties en verdiepende perspectieven. Daarin kun je niet alleen steeds meer inhoudelijke kennis verwerken, maar studenten ook laten groeien in hun handelen en denken.
Leerdoelen verweven in leerervaringen
Educatief auteurs die meer verhalend willen ontwerpen, ontwikkelen hun materiaal minder vanuit de afzonderlijke onderdelen en meer vanuit samenhangende leerervaringen. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat opdrachten expliciet naar elkaar verwijzen, dat situaties terugkeren en worden verdiept, of dat studenten gedurende een module werken aan één doorlopende beroepscontext die telkens vanuit een andere invalshoek wordt bekeken. De leerdoelen verdwijnen daarbij niet uit beeld, maar worden als het ware ‘meegenomen’ in het verhaal, in plaats van er los boven te hangen.
Samenhang creëren in een versnipperd leerlandschap
Verhalend ontwerpen werkt alleen wanneer studenten zich in de verhalen serieus genomen voelen en de context herkenbaar is. Een kunstmatige of te sterk vereenvoudigde verhaallijn kan juist averechts werken. Verhalend ontwerpen vraagt daarom om gevoeligheid voor realistische beroepssituaties, geloofwaardige dilemma’s en taal die aansluit bij de belevingswereld van studenten.
Voor onderwijsontwikkelaars en educatief auteurs ligt hier de creatieve ruimte om onderwijs niet alleen informatief, maar ook meer vormend te maken. In een tijd waarin leren snel versnipperd raakt, biedt storytelling een manier om weer samenhang te creëren. Niet door het onderwijs ‘leuker’ te maken of door onrealistische sensatie, maar door het opnieuw te verbinden met de werkelijkheid waarin studenten hun weg moeten vinden in de praktijk.
