Tussen de regels met: Wilma Geldof

In deze rubriek gaan we in gesprek met educatief auteurs. Waar en waaraan werken ze, met en voor wie en waar worden ze blij van? Een gesprek over creëren, samenwerken en (on)zichtbaarheid. 

Door: Yvonne Hobma

Hoe ben je begonnen als educatief ontwikkelaar?
‘Ik werkte bij de Raad voor de Kinderbescherming, maar het schrijven werd steeds belangrijker en uiteindelijk koos ik ervoor om me volledig op het schrijven te richten. Vanuit mijn boeken ben ik lezingen en workshops op scholen gaan geven. Eerlijk gezegd noem ik mezelf geen educatief ontwikkelaar, maar mijn werk heeft wel een educatieve waarde.
Ik geef interactieve lezingen en creatieve schrijfworkshops op middelbare scholen en binnen projecten als Stap op de Rode Loper. Meestal praat ik met de leerlingen over mijn boeken, soms laat ik ze zelf schrijven.
Docenten gebruiken mijn romans in de klas, niet alleen als literatuur, maar bijvoorbeeld ook om met leerlingen te praten over keuzes of om parallellen te trekken tussen zo’n historisch verhaal en wat er nu in de wereld gebeurt.
Ik vertrek niet vanuit leerdoelen, maar vanuit literatuur. Het educatieve ontstaat in de ontmoeting met leerlingen en vanuit mijn opleiding en ervaring als docent creatief schrijven. Voor mijn laatste boek heb ik trouwens wel een handleiding voor docenten geschreven.’

Voor wie werk je en waaraan?
‘Luitingh-Sijthoff is mijn vaste uitgever, maar ik schreef ook voor andere uitgevers. Op dit moment werk ik aan een hedendaagse YA-roman. Naast het schrijven, zijn schoolbezoeken en workshops een belangrijk onderdeel van mijn werk. Via De Schrijverscentrale word ik geboekt voor lezingen en workshops creatief schrijven. Daarnaast ben ik Vrijheidsspreker bij Vrijheidscolleges, dat is ook educatief.’

Mag je voor meerdere opdrachtgevers tegelijkertijd werken?
‘Ja, ik ben zzp’er. Maar uitgevers investeren in je werk en dat vraagt om een zekere loyaliteit, dus leidt het meestal tot een langdurige samenwerking.’

Je geeft les in creatief schrijven op scholen. Hoe bereid je deze lessen voor?
‘De docentenopleiding creatief schrijven gaf me degelijke handvatten voor het ontwerpen van mijn lessen. Vaak start ik met een opwarmer: ik lees een grappig fragment voor of laat een filmpje zien. Daarna laat ik leerlingen in kleine, overzichtelijke stappen materiaal verzamelen,  associëren, schrijven en herschrijven. Het belangrijkste is dat ze gaan schrijven en niet bang zijn voor het witte vel. Een eerste versie mag echt slecht zijn! Als je eerste zin meteen goed moet zijn, blokkeer je.
Door die kleine stappen lukt het de leerlingen allemaal, en dat geeft zelfvertrouwen. In een eenmalige workshop werk ik alleen met positieve feedback: lef door lof. Als leerlingen hun tekst durven voor te lezen (dapper!), benoem ik wat er goed of sterk is: bijvoorbeeld het gebruik van directe dialogen of een beeld dat blijft hangen. Van complimenten kun je ook leren!
Het gaat om aandacht, veiligheid en lef (door lof dus), zeker bij vmbo- en mbo-leerlingen.’

Kun je iets meer vertellen over jouw rol binnen Stap op de Rode Loper?
‘Binnen Stap op de Rode Loper geef ik voor vmbo, en sinds kort mbo, lezingen op basis van mijn boeken. Ik geef hier meestal geen schrijfworkshops, maar ik werk wel met educatieve invalshoeken. Ik bespreek bijvoorbeeld het verschil tussen feit en fictie en laat leerlingen via verhalen, foto’s en tekeningen ervaren hoe perspectief werkt. Ik vertel wat ik heb verzonnen, waarom, en of het anders had gekund. Zo ontdekken leerlingen dat je één situatie vanuit meerdere perspectieven kunt bekijken en dat je eigen waarheid beperkt is. Dit is altijd gekoppeld aan mijn boeken en personages.’

Hoe lang werk je al mee aan dit project?
‘Ik heb geen idee… Lang! Ik schat een jaar of zeven of acht.’

Wat maakte dat je juist aan dit project wilde meewerken?
‘Ik schrijf alleen en bezoek scholen alleen, dus schrijversdagen waar meerdere schrijvers komen, vind ik altijd leuk en waardevol.
Stap op de Rode Loper is daarnaast een bijzonder project, door de waardering voor vmbo’ers en mbo’ers én door de speciale locaties waar het plaatsvindt, zoals laatst het Verzetsmuseum in Amsterdam, dat natuurlijk geweldig aansloot bij mijn verhaal. De organisatie is zorgvuldig en dat maakt dat ik hier graag aan meewerk.’

Hoe heb je het schrijven van lesmateriaal aangepakt?
‘Ik geef lessen aan leerlingen van brugklas tot en met gymnasium 4 en mbo. Ik werk vanuit een vaste basis: dingen die ik belangrijk vind om hen mee te geven. Verder ontwikkel ik mijn lesmateriaal in de praktijk: door te kijken wat werkt en wat niet, en dat steeds bij te stellen.
Zo nu en dan probeer ik weer nieuwe invalshoeken. Als ik merk dat een onderwerp te ver van hun dagelijkse wereld afstaat, zoek ik naar een vorm die beter aansluit.’

Je bent ook trainingsacteur. Hoe pas je dit toe in het schrijven van educatief materiaal?
‘Ik heb inderdaad de opleiding tot trainingsacteur gevolgd, maar ik doe er helaas weinig mee. Vanuit  improvisatietoneel gebruik ik soms wel een opwarmoefening, maar alleen als de groep veilig genoeg voelt voor leerlingen, want ze kunnen dit erg spannend vinden.
Niet iedereen hoeft overigens van lezen te houden, maar goed kunnen lezen en schrijven is wél essentieel. Door het lezen van vooral fictie, leer je je in anderen te verplaatsen. Daarnaast is taalvaardigheid nodig om goed te kunnen denken en dus bijvoorbeeld ook om onze democratie te dragen. De dalende leesvaardigheid onder jongeren vind ik dan ook zorgelijk. Jongeren hoeven niet per se leesliefhebbers te worden, maar soms is één boek genoeg om een deur op een kier te zetten.  ‘Lezen is leren leven. Schrijven trouwens ook,’ is een quote van schrijfster Jowi Schmitz. Daar herken ik mij in!’

Heb je tips voor (beginnend) educatief auteurs?
‘Laat je verhaal vooropstaan en niet je les. Natuurlijk mag (moet?) je kinderen of jongeren iets willen meegeven, maar als dat er te dik bovenop ligt, werkt het niet. Schrijf zó dat de lezer zelf conclusies kan trekken. Schrijf zó dat je de lezer in het hart raakt, en niet alleen het verstand aanspreekt.’

Ik herken me sterk in de uitspraak van Jowi Schmitz: “Lezen is leren leven. Schrijven ook.

Waar werk je en hoe ziet je werkplek eruit?
‘Ha! Het liefst werk ik in een artist residence. Vorig jaar was ik in Zweden en Griekenland. Vooral Griekenland was geweldig! Dit jaar ga ik naar een fijne plek in Portugal, waar ik al een keer of zes ben geweest. Maar meestal werk ik gewoon thuis. In mijn werkkamer. Zonder mooi uitzicht. Aan een bureau dat vol ligt met papieren, post-its en aantekeningen: aan opruimen kom ik te weinig toe.’

Waar word je blij van in je werk?
‘Ik word blij als een verhaal lukt en er een nieuwe werkelijkheid ontstaat die helemaal klopt: voor de personages én het verhaal . Dit vind ik iets magisch. Opeens, zo líjkt het, is er iets nieuws. Maar er gaat veel geploeter aan vooraf. Ik ben geen snelle schrijver. Tijdens het schrijven ontstaan laagjes en blijken personages vaak anders te moeten reageren dan ik had bedacht – al heb ik van tevoren nog zo veel uitgedacht. Ik schrijf traag, maar ik kan natuurlijk beter zeggen: zorgvuldig. (En met aandacht voor morele complexiteit.)’

Wat heb je nodig om fijn te kunnen werken?
‘Een redelijk leeg hoofd. Herschrijven lukt me ook als mijn hoofd vol zit, maar creërend schrijven niet. Dat kan alleen met ruimte in mijn hoofd.’

Waardoor laat je je inspireren?
‘Door dingen die me raken. Door wat ik lees en hoor, en soms door mijn eigen leven van een afstandje te vertellen. Dan verzin ik in mijn hoofd miniverhaaltjes: in de derde persoon over mezelf, of door mezelf te becommentariëren.
Ook laat ik me inspireren door jongeren: bijvoorbeeld door hoe zij reageren tijdens schoolbezoeken. Het contact met jongeren vind ik belangrijk.’

Welke trends zie je in je werk als educatief auteur?
‘AI. Dat is wat nu overal binnenkomt. Scholen zullen erover moeten nadenken hoe hiermee om te gaan. Het is een revolutie.’

Maak je zelf gebruik van AI?
‘Soms spar ik met ChatGPT zoals ik dat graag zou willen met een constant beschikbare redacteur. Origineel schrijven kan dit systeem gelukkig (nog?) niet. Literair schrijven ook niet. Je moet gelukkig nog altijd je eigen stem vinden.’

Tot slot: wat doe je graag in je vrije tijd, zodat je hoofd vrij is voor een frisse start en inspiratie op het werk?
Ik ga eropuit! Maar ook thuis een beetje rommelen of een film kijken of een boek lezen vind ik fijn. Ik heb net Mensen van de dag van Emma Doude van Troostwijk uit. Vanmorgen heb ik een nieuw stapeltje boeken in de bibliotheek gereserveerd. Ik lees natuurlijk ook graag YA en kinderboeken, eigenlijk van alles.’

Wilma Geldof (1962) is schrijver en schrijfdocent. Ze volgde de opleidingen HBO-V en SPV, werkte als sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en later als docent creatief schrijven.

In 2014 kreeg zij de Thea Beckmanprijs voor haar roman Elke dag een druppel gif. In 2018 kwam haar bestseller Het meisje met de vlechtjes uit, gebaseerd op het waargebeurde verzetsverhaal van Freddie Oversteegen, Nederlands jongste meisje in het gewapend verzet. Haar meest recente roman, Het meisje dat er niet mocht zijn, verscheen in 2025 en werd lovend ontvangen.
Wilma ontwerpt en geeft lessen creatief schrijven op scholen en is een vaste gastdocent bij het project Stap op de Rode Loper voor het vo en het mbo.

Wat zoek je?