15 Dec 2022

 

achtergronden

 

Door Marit van der Veer

 

Samen lezen, samen leren: leesclubs voor educatieve professionals

In 2020 zag ik op Twitter een oproepje voorbijkomen: enthousiaste lezers gezocht voor een leesclub over jeugdliteratuur en onderwijs, voor volwassenen. Leuk, dacht ik, echt iets voor mij! Ik ben onderwijskundige, ontwikkel lesmateriaal (vaak voor vakken als taal en lezen), houd enorm van lezen, lees bij voorkeur kinder- en jeugdboeken (zowel ‘privé’ als ‘voor mijn werk’), deel gevraagd en ongevraagd boekentips aan iedereen die het maar horen wil en kan uren praten over mooie boeken die ik heb gelezen. Het bleek een schot in de roos. Inmiddels zijn we drie seizoenen verder en kan ik, op basis van de opgedane ervaringen, mijn ideeën over leesclubs met jullie delen. Want dat leesclubs voor onderwijsprofessionals en zeker ook voor educatieve auteurs heel waardevol kunnen zijn, staat voor mij vast.

Onze leesclub
De leesclub waar ik sinds 2020 deel van uitmaak, is opgericht door Mirjam Snel, hoofddocent en onderzoeker aan de pabo van de Hogeschool Utrecht, lid (en sinds dit jaar voorzitter) van de Kennistafel Effectief Leesonderwijs, lid van de Taalraad en eigenaar van Goed Leesonderwijs. Aanvankelijk was het de bedoeling dat het een leesclub met fysieke bijeenkomsten zou worden. Maar ja, corona haalde ons in en het werd een online leesclub. Met succes!

In onze leesclub zitten – in wisselende samenstelling per seizoen – leerkrachten, leesbevorderaars, pabo-docenten, remedial teachers en ‘gewone kinderboekenliefhebbers’. Vijf keer per schooljaar komen we bij elkaar in Teams en bespreken we een vooraf gekozen boek. Omdat onze leesclub zich richt op het basisonderwijs, bespreken we in de vijf bijeenkomsten een boek voor de onder-, midden- en bovenbouw, een non-fictieboek en een ‘andersoortig’ boek (zoals poëzie). We bespreken dit boek aan de hand van vragen op verschillende niveaus: beoordelingsvragen, belevingsvragen, interpretatievragen en vragen over de constructie van het verhaal (narratief begrip). De publicatie Literaire gesprekken in de klas (pdf) van Stichting Lezen biedt veel handvatten voor die gespreksvragen.
Naast het boek dat we bespreken, verkennen we de mogelijkheden om in de klas met het boek aan de slag te gaan in de vorm van concrete lessuggesties (passend bij diverse vakgebieden) en houden we mini-boekpromoties om elkaar te voorzien van nóg meer leesinspiratie. En we kiezen, op basis van een vooraf gemaakte selectie, het boek voor de volgende keer. Het uur vliegt elke keer voorbij!
 
Een leesclub: wat heb je eraan?
Natuurlijk kost het tijd, lid zijn van een leesclub. Je móet het gekozen boek lezen, je moet de leesclubbijeenkomst voorbereiden (dat is niet heel veel werk, maar het is wel lekker als het verhaal vers in je hoofd zit, als je een post-it hebt geplakt bij bladzijden of zinnen waar je even de aandacht op wilt vestigen, als je van tevoren lessuggesties hebt bedacht) én je moet op je vrije avond een uur op Teams (of in de bibliotheek, of in een café, of bij iemand thuis) zitten. Maar dan heb je ook wat!
Een leesclub levert je namelijk ook heel veel op. Een paar voordelen lees je hierna

1. Nieuwe leeservaringen

In de eerste plaats: je leest weer eens een boek. Soms is dat een boek dat al hoog op je leesverlanglijstje stond, maar het kan net zo goed een boek zijn waarvan je nog nooit hebt gehoord. Of een boek dat je wel eens hebt zien liggen in de bieb of boekhandel, of dat voorbijkwam in de eindeloze stroom aan boekentips op social media, maar waarvan je dacht: mwoah, niks voor mij. En juist dát boek kan je enorm verrassen.

2. Leesmotivatie

Een leesclub kan een grote motivatie zijn om méér te lezen, of om een boek echt uit te lezen. Ook als je heel druk bent en veel werk te doen hebt. Sterker nog: een leesclub kan een onderdeel worden van je werk en je ontwikkeling als educatieve auteur. Verderop in dit artikel kom ik daarop terug.

3. Verdiepende leeservaringen

Je komt in een leesclub niet weg met: ‘Oh, ik heb het boek een beetje diagonaal gelezen’ of ‘Ik weet eigenlijk niet meer precies waar het over ging’. Je moet dus écht aan de bak, maar dat zorgt ook voor een verdiepende leeservaring. Zelf lees ik een boek vaak twee keer (bij kinderboeken gaat dat natuurlijk ook redelijk snel): een keer voor de ontspanning, lekker in bed of op de bank en een keer ter voorbereiding op de leesclub. Dan zit ik aan mijn bureau en maak ik aantekeningen, plak ik geeltjes bij mooie zinnen, bedenk ik wat ik er nu écht van vond (anders dan ‘leuk’, of ‘mooi’ of ‘grappig’), bestudeer ik illustraties en noteer ik in steekwoorden wat ik graag over het boek wil zeggen.
Door vervolgens met elkaar in gesprek te gaan, ontdekken we als leden onderling altijd iets nieuws en ook dat zorgt voor een verdiepende leeservaring. We wijzen elkaar op details in illustraties, grapjes in de tekst en dubbele boodschappen, ervaren dat een boek de ene lezer enorm kan ontroeren en de andere lezer helemaal niet, we ontdekken samen dat het verhaal in het colofon of op het schutblad nog verder gaat… Tijdens ons leesclubuur wordt er altijd flink in het boek gebladerd: ‘Oh ja, wauw, nu zie ik het!’

4. Verrassende boekentips en leesinspiratie

Aan het eind van elke leesclubbijeenkomst houden we allemaal een boek omhoog, dat aansluit bij het ‘genre’ dat we die keer gelezen hebben. Hebben we een boek voor de onderbouw gelezen, dan promoten we allemaal een ánder onderbouwboek. Staat er een dichtbundel centraal, dan geven we allemaal een poëzietip, enzovoort. Omdat we áltijd in tijdnood dreigen te komen, duren die mini-boekpromoties maar een halve minuut. Dan betekent dat we in drie, vier minuten zo’n zes tot acht boeken voorbij zien komen. Het leukst vind ik de suggesties van leerkrachten, die vaak boeken laten zien die het heel goed doen in hun klas, bij hun leerlingen. Dat zijn vaak hele andere boeken dan de boeken die ik als volwassen lezer zou kiezen.

5. Persoonlijke gesprekken

Praten over boeken levert mooie, persoonlijke gesprekken op. Boeken roepen herinneringen op, en gevoelens: ontroering, vrolijkheid, irritatie. Boeken sluiten aan bij ons leven, of juist helemaal niet. We herkennen in de personages mensen uit ons eigen leven, of juist niet. Boeken bieden spiegels om onszelf in te herkennen en vensters om onze blik op de wereld te verruimen. Vanuit ons mens-zijn reflecteren op dingen die je gelezen hebt, is fijn, mooi en inspirerend.

6. Handige lesideeën

Het thema van onze leesclub is ‘jeugdliteratuur en onderwijs’. We bespreken daarom niet alleen boeken, maar bedenken ook wat je met die boeken kunt doen in de klas. Hierbij sluiten we aan bij verschillende vakgebieden en kerndoelen. In mijn ‘educatieve auteurshoofd’ zet dat een creatief proces in gang; het helpt me om met een andere blik naar mijn lesmateriaal te kijken. Niet zelden denk ik bij het horen van een suggestie van een leesclubgenoot: tof, dát idee kan ik verwerken in een les!

7. Leuke nieuwe contacten

Boekenmensen zijn fijne mensen. Punt.
En daarnaast: een leesclub kan ook leiden tot uitbreiding van je netwerk, nieuwe opdrachten, pilotscholen, samenwerkingen, nieuwe kennissen of zelfs vrienden, enzovoort.
 
Voor leerkrachten, docenten én educatieve auteurs
Zoals gezegd, is onze leesclub gericht op het basisonderwijs. Alle deelnemers hebben dan ook een relatie met het basisonderwijs: ze staan voor de klas, hebben een leespraktijk, werken bij een pabo, ontwikkelen lesmateriaal voor het basisonderwijs, enzovoort.
Maar leesclubs kunnen natuurlijk ook andere samenstellingen hebben. Ik denk bijvoorbeeld aan docenten Nederlands (binnen een school of van verschillende scholen), of – nog veel mooier – docenten uit verschillende vaksecties (voorbeeld: hoe kijkt de docent Nederlands naar Wat is kunst? van Ted van Lieshout, wat kan de geschiedenisdocent met dit boek in zijn klas, wat vindt de docent culturele vakken ervan, hoe kan dit boek vakoverstijgend ingezet worden in een project voor alle brugklassen?). Maar ik denk ook aan pabodocenten en/of -studenten (nog mooier: samen!) en leerlingen (in mijn periode als leesconsulent begeleidde ik leesclubjes met kinderen en dat was een feest!).

Tijdens het schrijven van dit artikel denk ik vooral aan leesclubs voor educatieve auteurs, redacteuren, ontwikkelaars, onderwijskundigen. Dit kunnen vakgenoten zijn (bijvoorbeeld auteurs voor het vak aardrijkskunde), maar een onderwijsbrede leesclub is natuurlijk ook mogelijk. Hoe leuk zou het zijn om in een leesclub onderwijskundige vakliteratuur met elkaar te bespreken? Die stapel ligt toch al steeds op je bureau naar je te staren… Het is toch veel leuker (en een mooie stok achter de deur) om samen onderwijskundige boeken te ontrafelen, artikelen uit te pluizen en met elkaar te vergelijken, je eigen mening op onderwijskundige kwesties te formuleren (en soms te heroverwegen), nieuwe kennis op te doen en te delen, toepassingsmogelijkheden voor jouw lessen te bedenken? En dan eens niet in de vorm van een intervisieclubje, een netwerkborrel, of een training. Nee, gewoon in een leesclub aan de hand van een actueel onderwijsboek. Het lijkt me heerlijk en inspirerend!
 
Ook een leesclub beginnen?
Ben je na het lezen van dit artikel enthousiast geworden en wil je ook een leesclub starten? Dan heb ik een paar tips voor je:

1. Vorm een groepje van 5 tot 7 enthousiaste lezers (of nog-niet-echt-lezers die enthousiast willen worden). Met minder dan vijf mensen heb je al gauw te weinig interactie, als je met meer dan zeven bent is er vaak te weinig tijd om iedereen voldoende aan het woord te laten. Eén iemand is gespreksleider. Hij of zij bereidt de bijeenkomst (inclusief gespreksvragen) voor, maar doet zelf ook mee aan het gesprek. In onze leesclub hebben we een vaste gespreksleider, maar je kunt er ook voor kiezen om deze rol te rouleren.

2. Zorg voor een Teams-omgeving waar iedereen in kan, of natuurlijk een gezellige échte locatie. Veel bibliotheken stellen ruimtes beschikbaar voor leesclubs, maar het kan natuurlijk ook prima in een leuk café of bij iemand thuis. Het voordeel van een online leesclub is natuurlijk dat er deelnemers uit het hele land kunnen meedoen; in onze leesclub rond jeugdliteratuur heeft dat meerwaarde.

3. Creëer een veilige sfeer. Zoals ik al zei, praten over boeken kan leiden tot persoonlijke gesprekken. Deelnemers moeten zich vrij en veilig voelen om zich te uiten. Persoonlijke verhalen blijven binnen de leesclub en gedurende een leesclubseizoen is er geen ruimte om steeds weer nieuwe mensen aan te laten haken. Zo wordt je leesclub ook echt een ‘clubje’.

4. Plan je leesclub vooruit, voor een heel (school)jaar. Dan staan alle data vast in ieders agenda en hoef je tijdens de bijeenkomsten geen tijd te besteden aan het prikken van een volgende datum. Zorg er bij het plannen voor dat er voldoende tijd is om het boek ook echt te lezen. Tip: plan de bijeenkomsten na een schoolvakantie. Vakantie betekent voor veel mensen: leestijd.

5. Kies een thema/focus voor je leesclub (zoals in ons geval: alleen basisonderwijs) en probeer – als jouw thema dat toelaat – om ook wat structuur in de bijeenkomsten aan te brengen (in ons geval: 1) onderbouw, 2) middenbouw, 3) bovenbouw, 4) non-fictie, 5) andersoortig boek). Het boekenaanbod is zó enorm groot en zo’n structuur helpt je om het aanbod enigszins in te perken.

6. Bouw je leesclub op volgens een vast ‘stramien’. Dat hoeft natuurlijk niet als je er geen bezwaar tegen hebt om uren en uren te blijven doorkletsen. Maar de meeste mensen willen na een uur of anderhalf uur, wel weer naar huis of offline, en daarom is het handig om je leesclub op een vaste manier op te bouwen. In ons geval is die opbouw als volgt:

  • Introductie (met behulp van een PowerPoint-presentatie): de gespreksleider vertelt iets over de auteur en de illustrator (andere boeken van dezelfde makers, prijzen die de makers gewonnen hebben, uitgeverij, verwijzingen naar websites, podcasts, interviews).
  • Boek bespreken: dit doen we aan de hand van gespreksvragen die door de gespreksleider zijn voorbereid. De vragen zijn gecategoriseerd en staan allemaal in de PowerPoint. Soms lezen we ook stukjes voor of we besteden uitgebreid aandacht aan illustraties.
  • Lesideeën: we bespreken lessuggesties bij het besproken boek.
  • Mini-boekpromoties: we houden allemaal een ander boek ‘uit dezelfde categorie’ omhoog en promoten dit boek in een paar zinnen.
  • Een boek kiezen voor de volgende keer: we kiezen een boek voor de volgende keer. Het is aan te raden om dit onderdeel voor te bereiden. Alle deelnemers leveren voorafgaand aan de leesclubavond enkele suggesties aan. De gespreksleider kiest hieruit drie boeken en vertelt hier kort iets over. Daarna volgt een stemming: welk boek lezen we voor de volgende keer?

Tot slot
Hopelijk heb ik je kunnen inspireren. Wil je meer weten of heb je ondersteuning nodig bij het opzetten van een (onderwijskundige) leesclub? Dan kun je me vinden op LinkedIn of via mijn website www.maritvanderveer.nl. Ik help je graag. Veel lees(club)plezier!

Ga hier terug naar de homepage.