16 Jul 2021

 

actueel

 

Door Irene Campfens

 

Educatief auteurschap: niet beter weten maar verder denken

Wanneer ben je een educatief auteur? Deze vraag krijg ik regelmatig. Alhoewel ik zelf ook niet meteen doorhad dat wat ik deed onder deze noemer valt, ben ik tegenwoordig overtuigd van mijn educatief auteurschap. Sterker nog: ik ben eraan verslingerd. 

Schrijven voor het onderwijs, dat is wat een educatief auteur doet. Of dat nu voor het primair of voortgezet onderwijs is, voor het bijzonder, praktijk- of beroepsonderwijs, voor het hoger, universitair en particulier onderwijs. Het niveau van het onderwijs bepaalt niet of jij een kundig educatief auteur bent. Nee, de kwaliteit van jouw schrijven doet dat. Begrijpt een leerling de lesstof, door jouw verhaal, oefening of leermethode? Dan heb jij je werk goed gedaan. 

Kennis van inhoud en onderwijs is leuk, maar creativiteit en verbeeldingskracht zijn nog veel belangrijker voor een educatief auteur. Je proberen voor te stellen hoe de leefwereld van de leerling eruitziet, je inbeelden hoe een klas op een verhaal reageert: daar gaat het om. Zolang ik dat doe, komen de woorden vanzelf. Dan zie ik zelfs bij de meest saaie onderwerpen boeiende situaties voor me.  

Het onderwijs is er niet alleen om zo veel mogelijk kennis in de hoofden van de leerlingen te stoppen. Onderwijs is ook leren vallen en opstaan, erbij horen en ertoe doen. Onderwijs krijgen is een recht, lesgeven is een voorrecht. Dat zijn gewichtige woorden van iemand die zelf nog nooit voor de klas heeft gestaan. Zonder de workshops, lezingen en hier en daar een gastles mee te tellen, staat mijn onderwijzersteller op nul. 

Aan de andere kant: ik volgde zelf jarenlang onderwijs. Zesentwintig jaar lang om precies te zijn. Ik zat in mijn leven tot nu toe meer in de schoolbanken dan dat ik heb gewerkt. Dat laatste doe ik ‘pas’ tweeëntwintig jaar, als ik de bijbaantjes niet meereken. Maar goed, werken is ook leren en leren is werken. Het een kan niet zonder het ander. Zonder onderwijs had ik nooit kunnen dromen over wat ik later wilde worden en zonder werk had ik niet de studie van mijn keuze kunnen volgen. 

Mijn schooltijd was niet gemakkelijk. Ik werd gepest, was niet zo goed in gymnastiek en schreef ‘met links’. De vlekken en vegen in mijn schriftjes waren niet op een hand te tellen. Uitrekenen hoever de appel van de boom valt, vond ik nutteloos. Liever bedacht ik een plan om milieuvervuiling en oorlog wereldwijd op te lossen. Het is jammer dat ik in het onderwijs te vaak onvoldoende ben gestimuleerd om mijn creativiteit en analytische vermogen te gebruiken. Daarom probeer ik mezelf bij elke les, casus of opdracht die ik schrijf, weer even te verplaatsen in mijzelf als leerling in het onderwijs. Zou ik dit begrijpen? Zou ik hier meer van willen weten? Zou ik snappen waarom het belangrijk is dat ik dit leer en niet in de laatste plaats: zou de gedachte dat ik het gewoonweg niet zo’n leuk vak of onderwerp vind er mogen zijn? Pas als ik op deze vragen volmondig ‘ja’ kan antwoorden, ben ik tevreden met mijn werk. 

Alles is goed gekomen. Ik kon ‘gewoon’ naar school – dat kunnen lang niet alle kinderen zeggen. Ik kon doorleren – met dank aan mijn oneindige nieuwsgierigheid. Ik kon mijzelf ontwikkelen – hoera voor de kansen die je soms moet krijgen. Na een aanzienlijke tijd werken in de ggz en het sociaal domein, ben ik nu auteur. En vers van de pers: sinds 1 juni 2021 ook bestuurslid van de sectie Educatieve Auteurs. 

Wil je meer weten over mij of eens doorpraten? www.irenecampfens.nl 

Met wijze groet,

Irene Campfens.

​​Ga hier terug naar de homepage.