17 Dec 2020

 

achtergronden

In gesprek met een leerkracht: Sanne

 

Door Irene Campfens

 

 

Educatieve auteurs zijn redacteuren, onderwijsontwikkelaars, projectleiders en docenten die werkzaam zijn in alle onderwijsvormen: po, vo, (v)mbo, hbo en wo. Wat houdt hen bezig tussen alle vergaderingen, adviesgesprekken, correctierondes en curriculumwijzigingen door? EduSchrift besteedt in iedere editie aandacht aan het educatief auteurschap binnen de verschillende vormen van onderwijs. Deze maand een gesprek met Sanne Klasen, bovenbouwleerkracht op basisschool De Zonnewijzer in Haarlem.

Sanne geeft les aan groep 7 en groep 8 op de openbare basisschool De Zonnewijzer in Haarlem. Op woensdag heeft Sanne groep 7, op donderdag en vrijdag staat zij voor groep 8. Met haar 27 jaar is Sanne een leerkracht van de jonge garde. Iets wat ze zelf als positief ervaart: ‘Kinderen zijn van nu, dus willen ze ook les van iemand die in het nu kan meedraaien.’

Waarom werk je in het basisonderwijs?
‘Ik vind het echt het mooiste wat er is om kinderen te begeleiden naar hun toekomst. En ja, je voedt ze ook een beetje op; je geeft ze normen en waarden mee. Ik vertel daarbij veel over mijn eigen ervaringen in mijn jeugd. Ik vind het mooi om progressie te zien, bij een individueel kind en die van de groep.’

Heb je een eigen werkstijl?
‘Ja, ik ben voorstander van eigenaarschap. Dat betekent leren door zelf verantwoordelijk te zijn voor je leerproces. Niet alleen de uitkomsten van de toetsen, maar vooral het gedrag wat kinderen in hun leerproces laten zien bepaalt het schooladvies. Weet je, zo’n advies is voor de rest van je leven een stempel, dat blijft je altijd bij. Maar het gaat niet om die toets, het gaat om de ontwikkeling van het kind.
De kinderen moeten uiteindelijk allemaal hetzelfde leren - taal, spelling, rekenen, maar bepalen zelf wanneer ze wat doen. Daardoor leren ze plannen en organiseren, maar voelen ze ook verantwoordelijkheid, ervaren ze waar hun eigen grenzen en mogelijkheden liggen en heel belangrijk: ze leren fouten maken.’

Waarom zijn fouten zo belangrijk?
‘Je hoeft echt niet altijd sterk en lief te zijn. Iedereen belandt weleens in een kwetsbare situatie. Daar mag over gepraat worden. In de tweewekelijkse kringgesprekken besteed ik daar met de kinderen veel aandacht aan: waar ben je trots op bij jezelf, wie heeft er iets nieuws geleerd en wie wil iets delen met de groep? Juist in het delen van die kwetsbaarheden vinden de kinderen verbintenis. Zo leren ze hoe het is om een groep te zijn, maar ook bijvoorbeeld wat de effecten van sociale media zijn, en over pesten en lastige situaties thuis.’

Hoe is de samenwerking met collega’s?
‘Ik kan het heel goed vinden met de leerkracht met wie ik een duo vorm. We vullen elkaar goed aan: zij is creatief, ik ben sportief. Dus zorgt zij voor de creatieve dingen en ik voor de beweegmomentjes. We delen de overdracht via de mail, zodat ik mij de avond van tevoren alvast kan inlezen en voorbereiden. Ik wil graag even nadenken over wat er speelt voordat ik het klaslokaal inloop.’

Dus als de schoolbel gaat zit jouw werk er nog niet op?
‘Dat klopt. Ik heb inderdaad superveel taken naast het lesgeven. Denk bijvoorbeeld aan het extra werk voor de commissie Sport, waar ik in zit. Maar ja: wie gaat het anders doen? Ik heb door een burn-out vorig jaar mijn grenzen leren (h)erkennen. Door parttime te werken en eerder en duidelijker aan te geven dat mijn ‘emmertje’ vol zit – niet alleen bij collega’s maar ook bij de kinderen, weet ik nu veel beter de balans vast te houden.’

Je vindt bewegen erg belangrijk, vertel eens?
‘Ja, ik ben voorstander van bewegen! Niet alleen buiten de les, maar ook tijdens de les. Anderen denken: oh, wat een onrust. Maar ik zie hoe het de kinderen goed doet. Ze werken er effectiever door, en vaak ook juist rustiger. Ik heb een bak vol met materiaal voor de fijne motoriek: stressballetjes, Tangles, elastieken, friemel-, draai- en klikdingen. De kinderen mogen altijd alles in hun hand houden, zolang het onder tafel is en anderen er geen last van hebben. En ja: natuurlijk maak ik daarover hele duidelijke afspraken met ze. Tegenwoordig bewegen kinderen steeds minder in de buitenlucht, dan kan je ze maar beter in de klas wat meer beweging aanbieden, toch? Ook werk ik regelmatig met een studeermuziekje. Dat is rustige piano- of vioolmuziek bijvoorbeeld. Ik bespreek altijd met de kinderen of ze met of zonder muziek willen werken. Werken met een muziekje voorkomt dat de kinderen voortdurend zelf op zoek gaan naar prikkels zoals geluiden maken, klieren of kletsen. Ze komen beter in hun eigen focus.’

Nog leuke tips voor de lezers?
‘Er is zo veel, maar wat ik bijvoorbeeld leuk vind is de Social Shuffle. Dat is een makkelijke en gratis online tool die de klasopstelling eens in de zoveel tijd door elkaar husselt. Zo komen kinderen iedere zoveel weken naast een ander kind te zitten. Daardoor leren ze contact leggen en vinden nieuwe maatjes. Daar wordt de groep socialer en gezelliger van.’

Ga hier terug naar de homepage.