30 Mar 2020

 

achtergronden

In gesprek met een educatief auteur

 

Door Irene Campfens

 

 

Educatieve auteurs zijn redacteuren, onderwijsontwikkelaars, projectleiders en docenten die werkzaam zijn in alle onderwijsvormen: po, vo, (v)mbo, hbo en wo. Wat houdt hen bezig tussen alle vergaderingen, adviesgesprekken, correctierondes en curriculumwijzigingen door? EduSchrift besteedt in iedere editie aandacht aan het educatief auteurschap binnen de verschillende vormen van onderwijs. Deze maand is de beurt aan Piotr Reedijk, docent Geschiedenis en Maatschappijleer in het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo).

Vertel eens wat meer over jezelf: wie ben je, wat doe je en waar precies?
Ik geef sinds 2003 les in het voortgezet onderwijs. Vanaf 2009 werk ik op mijn huidige vmbo-school bij OVO (Openbaar Voortgezet Onderwijs) in Zaandam. Ik heb bewust gekozen voor het vmbo. Het gaat mij hier vooral om de leerlingen. De leeftijdsgroep 12-18 is zichzelf nog aan het uitvinden, probeert zich af te zetten en te ontworstelen van het ouderlijk gezag. Dat vind ik mooi.

Waarom kies jij voor het voortgezet onderwijs; wat maakt deze onderwijsvorm zo bijzonder?
Deze groep heeft wat te melden, is een pure spiegel van de maatschappij en hoe wij die als volwassenen hebben weten in te richten. Deze leerlingen proberen hem te veranderen, goedschiks of kwaadschiks, het lukt ze en ze doen het al decennialang. Vaak ook nog met de middelen die wij ze als volwassenen en opvoeders hebben gegeven of voor hen beschikbaar hebben gemaakt. Er zijn zoveel verschillen tussen hen onderling op sociaaleconomisch, cultureel en mentaal gebied; het is geweldig te zien hoe zij dat onderling compenseren. Natuurlijk gaat dat niet altijd in harmonie, maar wees eerlijk, over wiens harmonie hebben we het dan? Die van mij, die van hen of die van de samenleving? Vraag jezelf eens af welke samenleving er bij die kinderen binnenkomt elke dag. Welk voorbeeld wij zijn. Alle media die wij volwassenen elke dag de lucht in sturen, dat is toch niet wat een ouder voor zijn kind wil, of wel? Ik geniet op het vmbo, het zal elders vast niet hetzelfde zijn of ik ervaar het daar anders; dit is voorlopig de juiste keuze.

Heb jij zelf goede herinneringen als leerling in het voortgezet onderwijs?
Docenten die mij les hebben gegeven zijn als collectief onmisbaar en zeer bepalend voor me geweest. De leuke, goede, minder leuke en ronduit slechte: ik herinner me ze allemaal en wil ze graag bedanken. Er zullen een hoop niet meer onder ons zijn, ik weet het niet eens. Jammer dat ik ze nooit verteld heb dat ik ook het onderwijs in gegaan ben.
Op de Muziek-mavo was Herman de Boer, docent AK/WIS, iemand die mij een speciaal gevoel gaf. Daarna het Libanon Lyceum met Frans-Willem Korsten (nu professor in Leiden en aan de Erasmus Universiteit): hij was mijn docent Nederlands in 4-havo. En verder conrector Van Waveren (een geweldige vent en LO docent) die op mijn rapport schreef dat mijn ouders beter naar een ander type onderwijs voor mij konden gaan zoeken. Uiteindelijk ging ik naar 5-havo.
In 5-vwo bij wiskunde A - ik moest het kiezen omdat ik een 7e vak nodig had - tijdens een les van Verhoeff op het Libanon Lyceum weer zo'n momentje: Verhoeff complimenteerde mij.

Van welke ontwikkelingen en veranderingen (in goede en minder goede zin) merk jij iets in jouw praktijk?
Vernieuwing en de politieke agenda’s door de jaren heen. Het is een telkens terugkomend fenomeen. Mijn advies: praat eens met goede ervaren oudere collega’s uit het vak en besteed eens tijd aan onderwijsvernieuwing en ontwikkeling met de nieuwe middelen die dan voorhanden zijn. Dan kom je verder dan met een stel jonge honden en een goeroe die zijn hoog aangeprezen visie uiteenzet.
Weet je waarom? Oudere collega’s hebben vaak hun reserves en denken vaak aan wat verloren kan gaan met al die vernieuwing en verandering. Dat vind ik goed, zo behoud je kwaliteit, blijf je scherp en heb je het beste van twee of meer werelden. Het lijkt soms allemaal zo snel en massaal te moeten zonder dat langdurig onderzocht is of het wel zal werken. Voor goed onderwijs heb je tijd, geduld en heel veel ervaring nodig. Verandering is goed, doorontwikkelen is beter maar toepassen is ultiem. Dat geeft de grootste kans dat het beklijft, dat je het je eigen maakt en kan overdragen. Het mooiste is als leerlingen dat zelf kunnen en doen, als ze het elkaar leren denk ik altijd ‘mission accomplished’.

Wat zou jij andere beroepskrachten in het voortgezet onderwijs willen meegeven?
Blijf werken. Gaat het niet? Probeer het in een andere omgeving of op een andere school. Iedereen kan lesgeven. Maar niet iedereen kan aan elk niveau of elke doelgroep lesgeven.
Laat je niet leiden door angst, voor elkaar en voor een ander. Maak van de hiërarchie en de macht niet iets bedreigends.

Ch’ella mi creda libero e lontano”. De genoemde mensen zullen mij nooit vergeten en ik hen ook niet; ze maakten me sterker, want mijn strijd zou nog moeten komen.

Ga hier terug naar de homepage.