30 Mar 2020

 

achtergronden

De meeste schoolboeken deugen, toch?

 

Door Marit van der Veer

 

 

Met enige regelmaat komt de discussie terug: zijn de Nederlandse schoolboeken te wit, te eenzijdig, te mannelijk, te nationalistisch, te …, te … ? Met name het geschiedenisonderwijs krijgt kritiek. Leerlingen zouden niet of te weinig geïnformeerd worden over de zwarte bladzijden uit de Nederlandse geschiedenis (slavernij, kolonialisme, …), er zou te weinig aandacht zijn voor sterke vrouwen uit de wereldgeschiedenis, enzovoort. Maar zijn die verwijten terecht? De redactie van Historisch Nieuwsblad onderzocht zeven geschiedenismethodes voor het voortgezet onderwijs en schreef over de bevindingen een interessant artikel.
 
Om maar gelijk met de conclusie te beginnen:
De conclusie van ons onderzoek is dat de meeste schoolboeken goed in elkaar zitten en bij de tijd zijn. In het maatschappelijk debat over geschiedenis zijn kolonialisme en slavernij, vrouwen en wereldgeschiedenis de afgelopen jaren centraal komen te staan, en dat zien we terug in de methodes. De auteurs volgen de discussies in de media en de wetenschap, en verwerken die in hun teksten en opdrachten.”
 
En ook:
“Op school leer je alleen de basics. Zo is het ook met geschiedenis. Docenten bereiken al ontzettend veel wanneer ze pubers weten te interesseren voor geschiedenis, hun kritische blik stimuleren en een fundament leggen waarop ze later zelf kunnen voortbouwen. Met de huidige schoolboeken moet dat zeker lukken.”
 
Het volledige artikel, waarin zeer uitgebreid verslag gedaan wordt van het onderzoek, inclusief aansprekende voorbeelden en overzichtelijke grafieken, is (gratis toegankelijk) te lezen op de website van het Historisch Nieuwsblad:  https://www.historischnieuwsblad.nl/nl/artikel/51729/de-meeste-schoolboeken-deugen.html
 
De redactie van het Historisch Nieuwsblad is tevreden. Vanuit hun perspectief is er voldoende aandacht besteed al alle relevante thema’s, ook aan de duistere episodes, en hebben de methodes de discussies in het maatschappelijk debat gevolgd. Daarnaast benoemt de redactie het beperkte bereik van het onderwijs: het is níet zo dat mensen alleen tijdens de geschiedenislessen op school alle historische kennis opdoen voor de rest van hun leven. Het gaat erom dat op school de basis wordt gelegd, waarop leerlingen zelf later kunnen voortbouwen. Daarnaast dient er binnen het vak geschiedenis zó veel aan bod te komen, dat méér aandacht dan de in het artikel beschreven aandacht niet mogelijk is. Volledigheid is een utopie.
 
De rol van auteurs
Naar aanleiding van dit onderzoek verscheen er in De Volkskrant een artikel waarin verder wordt ingegaan op de rol van de uitgeverijen en de auteurs bij het tot stand komen van een geschiedenismethode. De vraag die De Volkskrant hierbij stelt, is: hebben de critici van de Nederlandse lesboeken ongelijk, of laat het onderzoek van het Historisch Nieuwsblad zien dat de auteurs van de lesboeken de kritiek ter harte hebben genomen? De waarheid lijkt in het midden te liggen. Eén van de uitgevers stelt de tegenvraag: Moeten we meegaan met een maatschappelijke tendens, of moeten we terugduwen? Het is wikken en wegen.
Opvallend is de manier waarop in het artikel wordt ingegaan op de vraag of educatieve uitgeverijen veranderende opvattingen en onderwerpen uit de maatschappelijke discussie niet onmiddellijk kunnen verwerken in een nieuwe methodes. De gedachte is: ‘Vroeger bedroeg de levensduur van een methode hooguit vijf jaar. Tegenwoordig, onder invloed van de lumpsumfinanciering, gaat een methode eerder langer mee dan korter. Van ‘u vraagt, wij draaien’ is dus geen sprake. Nog afgezien van het feit dat we niet willen dat een nieuwe versie van een methode te radicaal afwijkt van oudere versies. Er moet een zekere continuïteit zijn.’ Echter, de meest recente ontwikkelingen binnen de educatieve uitgeefwereld  en de toenemende mate van digitalisering in het onderwijs laten ander mogelijkheden zien: lesmaterialen zullen steeds flexibeler worden ingezet en kunnen door de digitale ontsluiting sneller en eenvoudiger worden aangepast. Wat voor consequenties heeft dit voor de onderwijsinhoud die regelmatig onderwerp van discussie is? In hoeverre kunnen, willen en moeten uitgevers en auteurs zich in de (door)ontwikkeling van lesstof laten leiden door het maatschappelijke debat?
 
Het volledige Volskrant-artikel is hier te lezen: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/geen-aandacht-voor-slavernij-en-kolonialisme-uit-de-schoolboeken-blijkt-dit-niet~b71d3c47/
 
Tot slot: de rol van de leerkracht
Eveneens in De Volkskrant verscheen de column: Waarom geschiedenisboeken alleen over witte mannen vertellen, vragen de leerlingen zich af. Drie leerlingen uit Emmen confronteerden hun geschiedenisdocent met hun grote ergernis: in hun geschiedenisboeken ging het voornamelijk over witte mannen, en bijna nooit over vrouwen of gekleurde mensen. De docent raakte geïnspireerd en ontwikkelde vervolgens zijn eigen lesmateriaal.
 
Na de zomer zal hij in elke historische episode die hij behandelt vrouwelijke tijdgenoten in één adem noemen met de bekende mannelijke helden en schurken. En in augustus verschijnt zijn boek, dat hij samen met een collega-docent schreef: Vet oud! - Powervrouwen.
 
De belangrijkste conclusie uit dit alles is misschien wel: schoolboeken zijn handig, ze vormen een leidraad, een richting. Ze bieden een kader, een houvast, een startpunt. De informatie in boeken moet juist zijn en recht doen aan meerdere kanten van een verhaal. Het is goed om de maatschappelijke discussie een plaats te geven in schoolboeken én om in schoolboeken de ruimte te laten voor discussie. Maar volledigheid in een schoolboek is een utopie en – nog belangrijker – onderwijs is méér dan een boek. Dat laten deze docent en zijn kritische en betrokken leerlingen zien.
 
Meer info: https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/waarom-geschiedenisboeken-alleen-over-witte-mannen-vertellen-vragen-de-leerlingen-zich-af~b76724d8/
 
Ga hier terug naar de homepage.