30 Jan 2020

 

Juridische zaken

Einde payroll-constructies in zicht?

 

Door Ruben Rump

 

 

Uitgevers en bedrijven die werken met payroll-constructies en/of uitzendkrachten moeten vanaf 1 januari 2020 door de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) aan andere regels voldoen. Flexibele contracten worden duurder. Betekent dit het einde van de zogenoemde payroll-constructies in uitgeversland?
 
Kloof tussen vast en flexibel
Vanaf 1 januari veranderen de regels rond arbeidscontracten en ontslag. Dit is geregeld in de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Zo betalen werkgevers een lagere WW-premie voor werknemers met een vast contract. Voor werknemers met een flexibel contract moet juist méér WW-premie worden betaald. Het doel is om de kloof tussen vaste contracten en flexibele contracten kleiner te maken. Werknemers met een vast contract hebben vaak betere arbeidsvoorwaarden en meer rechten dan flexibele werknemers. Dit wordt nu gelijkgetrokken. Werknemers die vanaf 2020 een payroll-contract krijgen, krijgen minimaal dezelfde arbeidsvoorwaarden en dezelfde rechtspositie als werknemers die in dienst zijn van het bedrijf. Vanaf 2021 hebben payrollkrachten daarnaast recht op een goede pensioenregeling.
 
Dit klinkt goed. Maar veel bedrijven zullen zich achter de oren krabben en zich afvragen of de payroll-constructie hierdoor nog wel levensvatbaar is. De WAB maakt payroll-constructies namelijk een stuk duurder. De verschillende payroll-bedrijven berekenen de kosten door aan werkgevers. Hierdoor worden zzp-constructies mogelijk weer aantrekkelijker.
 
ZZP, payroller of allebei
Wat betekenen al deze termen ook al weer? Als je niet in loondienst wilt of kunt werken, kun je ervoor kiezen om zzp’er te worden. Je bent dan zelfstandige zonder personeel. Je kiest hierbij voor vrijheid, flexibiliteit en (meestal) onafhankelijkheid. Maar daartegenover staan wel verschillende risico’s die niet gelden voor werknemers in loondienst. Met payrolling kun je als zelfstandige werken met minder risico’s. Zzp’ers die payrollen, staan op de loonlijst van een payrollbedrijf. Daardoor zijn ze automatisch verzekerd voor de WW, de Ziektewet en arbeidsongeschiktheid. Ze zijn dus zeker van inkomen wanneer ze ziek of arbeidsongeschikt raken, of wanneer ze tijdelijk geen opdrachten hebben. Zzp’ers zijn niet zeker van inkomen als ze zelf geen arbeidsongeschiktheidsverzekering hebben afgesloten. Veel zzp’ers sluiten zo’n verzekering niet af ,omdat de premie’s erg hoog zijn.
 
Verplichte payroll-constructie
Sommige freelancers kiezen bewust voor een payroll-constructie. Maar sommige uitgeverijen verplichten redacteuren en contentmedewerkers om via een payroll-constructie te werken. Zo moet je je als freelancer bij Noordhoff aanmelden via Jellow en werden in 2017 freelancers bij Malmberg verplicht om via Pay2Day aan de slag te gaan. Dat leverde veel commotie op. Veel redacteuren waren niet blij met de situatie waarin zij gedwongen werden om met een bedrijf in zee te gaan. Uiteindelijk werd er een extra partij aangetrokken en konden alle zzp’ers kiezen via welke organisatie ze wilden werken. Bekende payrollbedrijven zijn bijvoorbeeld Brainnet, B1, ZP2Day en Tentoo.
 
Flexibiliteit tegen lage kosten
Een belangrijke reden voor veel uitgeverijen om voor een payroll-constructie te kiezen is veel flexibiliteit tegen lage kosten. Maar dat is niet de enige reden. Veel bedrijven kiezen deze constructie vanwege de invoering van de wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelatie). Tot 1 mei 2016 konden opdrachtgevers en opdrachtnemers hun arbeidsrelatie aantonen met de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR). De nieuwe wet DBA bracht voor de uitgeverijen een risico met zich mee. Volgens deze wet zouden zzp’er en opdrachtgever aan de hand van modelovereenkomsten moeten aantonen dat er geen sprake is van schijnzelfstandigheid. Dit kon problemen opleveren bij de Belastingdienst. Als bijvoorbeeld bleek dat een redacteur die zich zzp’er noemde te afhankelijk was van de uitgever, dan kon de belastingdienst de freelancer zien als verkapte medewerker. Met als gevolg dat deze alsnog loonheffing en een boete zou moeten betalen. Bij een payroll-constructie lopen uitgevers dat risico niet. Het risico van het ondernemerschap komt hierdoor bij het payroll-bedrijf te liggen, in plaats van bij de uitgever. Ook namen veel payrollbedrijven een hoop administratieve rompslomp over.
 
Hetzelfde doen als vaste werknemers, voor minder geld, met nul zekerheid
Voor veel ontwikkelaars die met een payroll-constructie werken pakt deze constructie niet altijd goed uit. Zo worden sommige mensen al jaren ingehuurd voor structureel werk. Ze doen hetzelfde als vaste werknemers, voor minder geld, met nul zekerheid. Ook is er vaak sprake van onduidelijke contracten. Daarnaast verlies je in veel gevallen je recht op zelfstandigenaftrek, omdat je in dienst bent van een uitzendbureau. Sommige payrollbedrijven zetten in het contract dat het risico over de beoordeling van ondernemerschap bij de payroller ligt. Ook zie je binnen een payrollbedrijf grote verschillen in het uurloon. Soms worden premies en belastingen hiervan afgehaald. Maar er kan gemakkelijk ongelijkheid ontstaan. Daarnaast is er soms onduidelijkheid over eventueel auteursrecht. Dit ontstaat niet altijd, maar als dit wel ontstaat, moet je als auteur beseffen dat eventueel auteursrecht naar je werkgever gaat. Die draagt het weer over aan de uitgever.
 
Wat gaat de toekomst brengen?
De kans is aanwezig dat payrolling over enkele jaren niet meer bestaat. Door de wet WAB moeten bedrijven payrollers net zo behandelen als vast personeel. Daardoor wordt het duurder en minder aantrekkelijk. Toch zullen veel opdrachtgevers hoe dan ook flexibel willen (en moeten) omgaan met personeel. Er zal daarom op zoek worden gegaan naar alternatieven. Veel flexwerkers zullen weer als ‘gewone’ zzp’er aan de slag gaan. Daarnaast zie je verschillende netwerken en online markten ontstaan. Ook zal in sommige gevallen payroll-flexwerk worden omgezet naar uitzendwerk.

Ga hier terug naar de homepage.