30 Jan 2020

 

achtergronden

Kritisch kijken naar je eigen lesmateriaal

 

Door Marit van der Veer

 

 

Als je als auteur voor een educatieve uitgeverij werkt, krijg je vaak een uitgebreide auteursinstructie, een lijst met do’s en don’ts, een beschrijving van het concept, voorbeeldhoofdstukken en allerlei andere instructies. Ook de (eind)redacteuren die met jouw kopij aan de slag gaan, werken met mooie checklists. Allemaal middelen die jou als auteur helpen om kwalitatief goede producten te ontwikkelen. Natuurlijk kijk je als professional ook zelf kritisch naar je content, los van instructies en documenten die krijgt van je opdrachtgever. En soms héb je helemaal geen instructies gekregen en ben jij als opdrachtnemer en deskundige in je eentje verantwoordelijk voor het concept en de uitwerking van nieuw materiaal. Een handige manier om de door jou geschreven lessen te beoordelen, of om te checken of je concept goed uitgedacht is, is het gebruik van keuzehulpen voor docenten en leerkrachten.
 
Op internet staan veel keuzehulpen: lijsten die docenten- en leerkrachtenteams tijdens het keuzeproces voor een nieuwe methode gebruiken om de kwaliteit van leermaterialen te beoordelen en zo tot een goede en verantwoorde keuze te komen. Deze lijsten bevatten criteria op allerlei gebieden: de lesinhoud, de aantrekkelijkheid van het materiaal, het gebruiksgemak voor de docent, de toepasbaarheid in de betreffende onderwijssituatie (onderwijstype, niveau, differentiatie, combinatieklassen, meerbegaafde leerlingen, NT2-leerlingen, enzovoort). Voorbeelden van zulke keuzehulpen zijn het Stappenplan voor het kiezen van nieuwe (digitale) leermiddelen van Kennisnet/SLO, de Checklist van Uitgeverij Malmberg en het Programma van eisen van de PO- en VO-Raad.
 
Niet alle criteria op die lijsten zijn relevant en geschikt om als auteur te gebruiken, bijvoorbeeld omdat ze betrekking hebben op de situatie in de klas of op een specifieke school. Maar er zijn ook veel criteria die je prima naast je eigen lesmateriaal kunt leggen.
 
MILK-light
Een recent ontwikkeld voorbeeld van een keuzehulp voor docententeams is de MILK-light, een checklist van het CLU Leermiddelen Adviescentrum. Eerder ontwikkelde het CLU de MILK, MeetInstrument Leermiddelen Kwaliteit, een uitgebreid instrument dat bestaat uit maar liefst 200 criteria. Deze criteria zijn verdeeld in drie aspecten: 1) kwaliteit van de leerstof (selectie, ordening, modaliteiten), 2) kwaliteit van de didactiek (didactische strategieën, werkvormen en opdrachten, metacognitie) en 3) kwaliteit van design en presentatie (leesbaarheid van teksten, beelden, vormgeving). De criteria zijn gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek en het begrip ‘kwaliteit’ staat vooral voor de leerzaamheid van leermiddelen (in hoeverre ondersteunt het leermiddel een effectief leerproces van de leerlingen?).
 
Nieuw is de MILK-light, en vereenvoudigde versie van de MILK. De MILK-light bevat ongeveer 50 criteria en is bedoeld om relatief snel een globaal beeld te krijgen van de kwaliteit van een leermiddel. Docententeams kunnen zich door middel van een grove beoordeling (‘ontbreekt’, ‘zit wel goed’, ‘kan beter’, ‘kan ik niet beoordelen’) een beeld vormen van het leermiddel of de methode. De MILK-light is gratis te gebruiken. Zie voor een uitgebreide toelichting en verantwoording de website van het CLU. Klik hier om direct naar de MILK-light te gaan.
 
Maar wat kun je hier als auteur of (eind)redacteur mee?
De criteria in de keuzehulp MILK-light zijn erg concreet. Voorbeelden zijn:

  • De leerstof sluit aan bij eerder behandelde leerstof.
  • De leerstof is relevant voor het bereiken van de (geformuleerde) leerdoelen.
  • Bij het presenteren van de leerstof wordt een beroep gedaan op verschillende zintuigen.
  • Alle gebruikte beelden zijn functioneel (overbodige beelden zijn vermeden).
  • Een nieuw hoofdstuk/thema start met een opdracht om bestaande voorkennis op te halen.
  • Er is een duidelijke relatie tussen de opdrachten en de leertekst.
  • Het is de leerling duidelijk welke beoordelingscriteria gebruikt worden.
  • Er is in de leerteksten gebruik gemaakt van verbindingswoorden.
  • Decoratieve illustraties trekken alleen de aandacht voor nieuwe leerstof.


 
Als je werkt aan een nieuw concept, kunnen de criteria je denken aanscherpen: heb je over alle aspecten van je concept (voldoende) nagedacht? Zijn er nog onderdelen van je concept onvoldoende uitgewerkt? Hoe gaan de lessen of lesonderdelen eruitzien? Een keuzehulp-checklist helpt je om een les voor je te gaan zien, zonder dat het een keurslijf is.
 
Als je bezig bent met de uitwerking van de lessen, kun je de checklist ernaast houden. Is elk onderdeel van de leerstof relevant voor het bereiken van de geformuleerde doelen? Of heb je teveel franje geschreven? Heb je een leuke beeldomschrijving bedacht, bedenk dan ook: is dit een representerend beeld, een organiserend beeld, een decoratief beeld? En is dat beeld functioneel gebruikt?
Kun je achter elk criterium een + zetten? En ook: wíl je achter elk criterium een + zetten? Misschien heb jij hele goede argumenten om het anders aan te pakken. De criteria vormen in dat geval geen lijst die je punt voor punt moet afvinken, maar meer een middel om scherp te blijven in de keuzes die je voor jouw les maakt en de verantwoording die bij die keuzes hoort.
 
En tot slot, de MILK-light en andere genoemde keuzehulpen zijn middelen die door docenten en leerkrachten gebruikt worden bij de keuze voor leermateriaal. Ze kunnen jou als auteur dus helpen om met de ogen van een docent/leerkracht naar het materiaal te kijken. En voor de auteurs die niet dagelijks in een school komen, die niet zelf voor de klas staan, die zich geen weg hoeven te banen in het woud aan lesmateriaal, is dat alleen maar winst.

Ga hier terug naar de homepage.