19 Mar 2019

 

Juridische zaken

Driehoek akkoord met finale tekst nieuwe richtlijn auteursrecht

 

Door Ruben Rump

 

 

Het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van de Europese Unie zijn akkoord met de finale tekst rondom de nieuwe richtlijn auteursrechten, de zogenoemde ‘digital single market’. Ondanks dat verschillende individuele landen, waaronder Nederland, niet blij zijn met de uiteindelijke tekst. 

De tekst werd akkoord bevonden in een zogenoemde Coreper meeting van vertegenwoordigers van de 28 lidstaten op woensdag 20 februari en bij de JURI-commissie op dinsdag 26 februari. Het Coreper is de belangrijkste voorbereidende instantie van de Raad van Europa. De JURI-commissie is een parlementaire commissie die zich onder meer bezighoudt met de interpretatie en toepassing van het Europees recht en andere juridische aangelegenheden.

Aan het einde van 2018 stemde het Europees Parlement al in met de omstreden EU-copyright directive. De bedoeling van deze richtlijn is een Europese harmonisatie van auteursrechten. Het betreft verschillende aanvullende auteursrechten voor de eigenaren van creatieve werken. Dit maakt de kans groter op een eerlijke vergoeding voor auteurs en uitgevers voor hun gemaakte werk.

Maar de richtlijn zorgt nog steeds voor veel discussie. Zo heeft de regering van Nederland, samen met Italië, Finland, Luxemburg en Polen bezwaar gemaakt tegen de uiteindelijke versie. De landen zijn niet tegen de vergoedingen voor uitgevers en makers, maar zien niets in zogenaamde vergoeding voor het plaatsen van en doorlinken naar bestaande digitale content. Ook de grotere platforms Google, Apple, Facebook en Amazon zien niets in het feit dat ze moeten betalen voor het plaatsen van auteursrechtelijk beschermd materiaal. De Nederlandse regering is, net als de vrije media, bibliotheken, het onderwijs en verschillende organisaties op het gebied van digitale rechten en mensenrechten, tegen het zogenoemde uploadfilter. Er is angst dat de richtlijnen ervoor zorgen dat er filtering vooraf zal plaatsvinden en dat zulke filters voor de zekerheid de meeste content zullen afwijzen. Hierdoor is het mogelijk dat veel materiaal ontoegankelijk wordt en dat de vrijheid van meningsuiting in het geding komt. 

Voorstanders van de nieuwe richtlijn, organisaties die opkomen voor auteursrechten en reprorecht, leggen juist weer de nadruk op de eerlijke vergoedingen die rechthebbenden krijgen. Ook geven zij aan dat de wetgeving zich vooral richt op grote bedrijven en platforms en niet op de individuele gebruikers van online content. 

Moeilijk in de discussie is dat de richtlijn erg breed is. Zo gaat het van uitgeefrechten, tot uploadfilters tot een eerlijke betaling voor makers. Daarnaast zijn binnen de richtlijn de gehanteerde definities niet altijd even helder en is het niet helemaal duidelijk wat nu precies de juridische status van de richtlijn is. Wordt het meer dan een conceptrichtlijn of juist niet?  En hoe staat de richtlijn in verhouding tot de nationale wetgeving? Een deel van de rechten staat namelijk al in onze nationale wetgeving.

De procedure is nu als volgt. Op 4 maart is er gestemd in de juridische commissie van het Europees Parlement. Daarna wordt er gestemd in het Europees Parlement zelf. Als de stemming positief is, hebben de landen twee jaar de tijd om de richtlijn nationaal over te nemen.

De Auteursbond, sectie Educatieve Auteurs, volgt de ontwikkelingen op de voet. De sectie is voor een fairshare voor makers. Ook hechten wij belang aan de rechten op het gebied van de secundaire digitale exploitatie. De Auteursbond zal in april weer over dit onderwerp vergaderen.